Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2023

Camila Sosa Villada: Valse krengen

door Hugo Van Hoecke

Niet iedereen die een portie leven achter de rug heeft die hij of zij moest ondergaan in de krochten van de samenleving, vooral dan in de seksuele randgebieden daarvan, heeft de bereidheid en minder nog de bekwaamheid om daar publiekelijk over te communiceren. Camila Sosa heeft het allemaal meegemaakt. In een jongenslichaam geboren voelde ze zich daarin almaar minder in thuis, wist zich afgewezen door haar ouders en belandde in een emotionele chaos. Om vervolgens een tijdlang rond te dolen in een hachelijk dubbelleven, overdag rondlopend als mannelijke universiteitsstudent die probeerde ‘in die schijnvertoning te leven waarin ik mocht bestaan’ om dan ‘s nachts zichzelf te mogen zijn in vrouwenkleren, vegeterend tussen de andere travesti’s, die net als zijzelf door de samenleving werden uitgespuwd.  

Camila is niet in die modderpoel blijven steken, zij heeft zich nadien opgewerkt tot een valabel auteur. Maar de schrijnende levensomstandigheden van deze ‘verworpenen der aarde’ hebben haar niet losgelaten. Daarom dit autobiografisch gekleurd getuigenis, bij wijze van eerbetoon aan de uitzichtloze strijd van deze verstotenen om ademruimte, en indirect ook als pleidooi naar de samenleving toe om op te houden met het genadeloos verguizen van deze ‘krengen’.
 
In het Sarmiento-park van de Argentijnse stad Cordoba troepte eind vorige eeuw een roedel gender-outcasts samen die liever dan te worden benoemd onder het kille ‘trans-vrouwen’ zichzelf als travesti’s manifesteerden, in feite een scheldnaam maar voor hen een geuzennaam die alles samenvatte: het tijdsgewricht waarin zij zich bewogen, hun aparte klasse en hun eigen manier van leven (noot van de vertaler). Travesti is het woord waar de ‘keurige’ samenleving haar afwijzing mee uitdrukte, hen mee uitschold; een woord ‘dat stonk naar dood, stront, sperma, prostitutie, nachtleven, kou, omkoping, bloed en gevangenis, misère en verwaarlozing’ (aldus de auteur). Van die zogenaamde ‘krengenbende’ zal Camila gedurende enkele jaren in geest en lichaam deel uitmaken.
 
De matriarch van deze familie van outcasts is ene tante Encarna, een oudere vrouw die hen een warme thuis aanbiedt, zo nodig verzorgt en zelf een vondeling adopteert, een jongetje dat zij ‘Twinkeling in de ogen’ noemt en dat de mascotte wordt van de roedel. Het geeft hen een schijn van het familieleven terug waaruit ze zijn verstoten. De travesti’s vinden in het behoren tot de geuzenfamilie net dat stukje geborgenheid waarvan ze in de ‘geordende’ maatschappij verstoken bleven; voor velen onder hen levert de familie een redplank die zij nodig hebben om niet helemáál onderdoor te gaan. Want daar ervaren zij empathie, tederheid en affectie, gevoelens die hen in de buitenwereld harteloos worden ontzegd.
 
Voor Camila Sosa was deze roedel een tijdlang haar échte thuis. Zij maakte er mee hoe minderwaardigheidsgevoel, haat, lijden en prostitutie deze vrouwen aftakelden, en hoe de schaarse momenten van geluk daarin een heel klein sprankeltje licht brachten. Uit de grabbelton van haar zelf beleefde ervaringen bloemleest zij een krans spitante anekdotes die ze aaneenrijgt tot een schrikbarende litanie van verstoorde randmenselijke gedragingen, zowel van de travesti’s zelf als van hun belagers. Over die ene vrouw die zelfmoord pleegde tot die andere die werd geslagen of verkracht, een eindeloze reeks uit het leven gegrepen gore toestanden waarbij de buitenwereld (en nadrukkelijk een deel van het mansvolk, studenten veelal, ‘prototypes van Argentijns welvaren’), zich aan hen vergreep. De realiteit die ze beleefde, levert hitsige tafereeltjes op, die ze tussendoor kruidt met fantasie-elementen veelal afkomstig uit de volkse traditie. Zoals wanneer ze het heeft over Dove Maria die in een gekooide vogel verandert, of Natalí die op vollemaannachten de allures aanneemt van een weerwolf. Fictieve invoegsels die voor een verademing zorgen bij alle tentoongespreide ellende.
 
Na een aantal jaren, zo rond de eeuwwisseling, werden de travesti’s uit het Sarmiento-park, dat ze met het koosnaampje ‘ons paradijs’ vereerden, verdreven. ‘Beroofd van hun schuilplaats, gehinderd door het licht’ doken ze onder in een vijandige samenleving, terug naar de eenzaamheid en het isolement, naar ‘de wereld van de normale, fatsoenlijke mensen, mensen die een gezin stichten en kinderen krijgen en van God houden en een baan hebben en hun baas rijk maken en samen met hun vrouw oud worden’.
 
Daarmee eindigt het reciet van Camila Sosa, die het verhaal in de ik-vorm presenteert omdat het gedurende een korte periode grotendeels ook haar eigen verhaal was. Ook voor haar was het een ongemeen pakkende episode in haar leven die jaren nadien nog bleef doorgisten, en waarvoor zij nu, klaarblijkelijk doordat het in haar blijft spoken, het literair talent wil inzetten waarover zij onmiskenbaar beschikt . Als hommage aan de gedwongen marginaliteit. En om de onberispelijke burgerij te confronteren met wat die heeft aangericht.
 
Camila Sosa Villada, Valse krengen, De Bezige Bij, Amsterdam 2023, 222 p. ISBN 9789403128665. Vertaling van Las Malas door Irene van de Mheen. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri