Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.): Wolvenweer

door Henk van Viegen

6+ - Wolvin Masja, die zich beeldvullend voorstelt op de eerste pagina van dit verhaal, is op Iwan. Ze vertelt, in de ik-vorm, hoe geweldig hij is, hoe stoer, over zijn bek vol tanden en de schitterende wijze waarop hij kop en kont van een kind (de jonge lezer!) naar binnen werkt. Tot hij op een dag, het is volle maan, ineens in een man verandert. Het is meteen uit met de verliefdheid van Masja.  

De andere (drie) wolven weten hier nog niets van, maar ze komen er achter als het in de nacht van een feest opnieuw volle maan is. Iwan moet naar de WC… en wordt weer een mens. Ze lachen zich helemaal gek als dat slappe mensje probeert te doen als wolf, een grom produceren bij voorbeeld, en jagen hem weg. Het komt tussen hen niet meer goed, met Masja wel? Je komt er achter als je Iwan volgt als mens, hij is dan weerman, een mooie vondst. Hij voorspelt hondenweer, waarschuwt voor een heftige storm. Prettige avond nog (een terugkerend zinnetje in dit verhaal, dat op verschillende plekken geestig dienst doet).  
 
Wolvenweer is een nieuw, zeer overtuigend deel van de sterke reeks ‘Tijgerlezen’, met allemaal grote namen jeugdboekenschrijvers en illustratoren, waarin met humor en vaart verteld wordt, niet zelden tegen het keten aanleunend. De boeken hebben lekker veel illustraties.
 
Een wolf als hoofdpersoon is in deze tijd van wolvenhaat en -liefde sowieso al geinig, en hij/zij kan ook best tekeer gaan. Zoals in de scène waarin de groep wolven op instigatie van Iwan een school ‘bezoekt’. Als wolf is Iwan echt de sterkste en de ruigste, Iwan de Verschrikkelijke, denk je onwillekeurig. De juf weet maar net het vege lijf te redden. Masja houdt een wandkaart aan de visite over, van Nederland, ook handig voor een weerman.
 
Het boek heeft, geheel volgens de ‘regels’ van de reeks, een enorme vaart. Er valt veel te lachen en je struikelt over de woordgrappen (de titel is er meteen eentje) en ‘aangepaste’ uitdrukkingen. Hondenweer is een woord waar de wolven door achterover vallen van het lachen, maar verderop zien we ze voorbij vliegen in de door Iwan voorspelde storm. Masja en Iwan zitten dan gezellig op een beschutte plek, in een grot, die je zou kunnen zien als een huiskamer gelet op wat er allemaal in beeld verschijnt.  
 
De naam van de illustrator staat in dezelfde lettergrootte op het voorplat, en terecht. Auteur en tekenaar brengen evenveel in en vullen elkaar voorbeeldig aan of breiden elkaar uit, zo kun je het ook zeggen. De twee hebben al vaak samengewerkt, onder andere in Het werkstuk, of hoe ik verdween in de jungle, Per ongeluk! (CPNB 2015) en Spinder. In deze drie tekende Rogaar in zwartwit. In Wolvenweer zijn alleen de kleuren gebruikt die ook op het voorplat te zien zijn: geel en blauw. Geel voor alle ogen, het blauw voor de volle maan die op een flink aantal pagina’s te zien is. Dat blauw is waarschijnlijk een geintje naar de benaming in de volksmond, later overgenomen door de wetenschap, die een maan blauw noemt als hij de tweede volle maan in één maand is.  
 
Rogaars tekenwerk is slechts in schijn een rommeltje, en zeer doeltreffend, zie de uitdrukkingen van woede, hilariteit, spot en liefde op de koppen van de wolven. De twee uiterlijken van de Iwans worden fraai verbonden. De illustraties zijn ook erg geestig. Het potlood wordt op veel plekken lekker krassend en strepend ingezet. De storm spat van de pagina, zelfs de letters van wat Iwan roept, dwarrelen door de lucht. Als we goed opletten zien we net de contouren van een schuilplek. Deze grot is op de volgende pagina een oase van rust en stilte.
 
Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar: Wolvenweer, Querido, Amsterdam 2022, 105 p. : ill. ISBN 9789045127910. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri