Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Miep Diekmann & Thé Tjong-Khing : Stappe stappe step

door Jan Van Coillie

Stappe stappe step kan zonder meer een klassieker in de Nederlandse kinderpoëzie genoemd worden, samen met zijn voorganger Wiele wiele stap. Oorspronkelijk verschenen de bundels in 1977 en 1979. Intussen zijn er al meer dan 300.000 exemplaren van verkocht. Deze tiende druk kreeg een groter formaat en is uitgevoerd met de oorspronkelijke illustraties van Thé Tjong-Khing in kleur.
De bundel was eind jaren zeventig echt vernieuwend en brak met de traditie van brave, schattige kleuterversjes zoals onder meer Lea Smulders en Harriët Laurey die toen schreven. Diekmann voerde levensechte, levendige kleuters op en bevrijdde ook de vorm uit het keurslijf van een strak metrum en rijmschema.
Meerdere versjes gaan over de komst van een nieuwe baby. Bij Diekmann geen geïdealiseerde zoetigheid, maar wel waterlanders en een schreeuw om aandacht, gecombineerd met tederheid. In het laatste gedicht omarmt de moeder baby en kleuter:  
 
‘knuffie hier,
knuffie daar.
zielig, maar ook lief, nietwaar?’  
 
Met haar versjes doorbrak ze ook taboes:  
 
‘ben je een meisje?
een jongen?
ik kan het niet zien.
heb je een
touwie?
nee?
ja?
laat ‘ns zien?’  
 
Op de tekening laat het jongetje zijn zwembroekje zakken, terwijl het meisje nieuwsgierig omlaag kijkt. Diekman had ook expliciet aandacht voor culturele diversiteit: samen spelen met het ‘anders-kindje’ met ‘anders-haar’ en ‘anders-vel’ is vanzelfsprekend.
Ten slotte kiest ze ook resoluut voor het kind, ook tegen de grote mensen in: ‘baby’tje, ik kom eraan./ heeft ’t bezoek weer gek gedaan?/ Van wu-wu-wu en egge-eg?/ ‘k jaag ze zo wel voor je weg.’ Ook de ouders moeten het soms ontgelden: ‘hoe weet jij nou wat ik wou,/ als ik niet vragen mag van jou’ of ‘waarom moet steeds jouw muziek?’
Het ritme van Diekmanns versjes volgt de beweeglijke kleuter:  
 
‘steppe, steppe, stap,
ik step me, lekker, zoek.
want thuis is nu een ander kind,
dat iedereen het liefste vindt.
 
ik ben óók lief.
ik heb óók haar.’  
 
Net als kleuters speelt ze met de taal en vormt ze nieuwe woorden als ‘mijn stil-zijn-oren’ of ‘het gieter-regent’. De talrijke vragen, uitroepen en klanknabootsingen maken haar versjes bijzonder expressief:
‘televisie óp! Knop uit.
óóó, wat zie ik in de ruit?
 
 ik, een beer
 gggrrr
 
 ik een boef
 penggg, poefff.’
 
De televisie, de auto’s en het toilet op de illustraties komen uit vervlogen tijden, maar de versjes van Diekmann zijn tijdloos.
 
Amsterdam: Querido, 2015, [32] p. : ill. ISBN 9789045117171 


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2021

BOEM Paukeslag / Besmette stad

Matthijs de Ridder

De schuilplek

Egon Hostovsky

Een waarschijnlijk toeval

Max Greyson

Shuggie Bain

Douglas Stuart

Vaarwel. Achtergelaten gedichten

Lucebert, Graa Boomsma (sam.)

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2021

De nieuwe jongen

David Almond, Marta Altés (ill)

Een mama is als een huis

Aurore Petit

Het hart van het meisje

Siska Goeminne, Tim Van den Abeele (ill.)

Hier zijn draken

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.)

Zoeken naar Esther B. en het voorval met Benito

Do van Ranst

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri