Non-fictie

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2022

Paul de Nooijer, Menno de Nooijer, Françoise de Nooijer: Is Heaven Red? / Is Heaven Blue?

door Christophe Van Eecke

Het universum De Nooijer 

Met de publicatie van twee lijvige overzichtswerken is een halve eeuw creatieve samenwerking tussen fotograaf en experimenteel filmmaker Paul de Nooijer en zijn zoon Menno en echtgenote Françoise voor de visuele fijnproever samengebracht. In Is Heaven Red? wordt een massief overzicht van het fotografisch werk gebundeld terwijl Is Heaven Blue? een overzicht brengt van de experimentele films, waaruit duizenden filmbeeldjes worden gepresenteerd. Daarmee is een prachtig monument opgericht voor een van de meest eigenzinnige en boeiende samenwerkende kameraadschappen uit de hedendaagse Nederlandse fotografie.
  
Much of a muchness
De twee boeken vormen geen catalogue raisonnée, want ze zijn niet exhaustief, maar ze zijn wel de meest omvangrijke collecties die ooit van de De Nooijers tussen twee kaften bij elkaar zijn gebracht. Het zijn twee kloeke delen (je hebt een tafel nodig om ze op te laten rusten wil je de pols niet ontwrichten), compact maar groot genoeg om de beelden schitterend tot hun recht te laten komen, en gulzig alomvattend in een much of a muchness die onmiskenbaar duidelijk maakt dat bij visuele virtuozen als de De Nooijers more beslist more is. Het idee om de films te representeren met uitvergrote filmbeeldjes is bijzonder geslaagd. Elk beeld van de De Nooijers is immers (icono)grafisch dermate doorwrocht dat elk van die frames als een autonoom fotografisch werk overeind blijft (maar we betreuren desalniettemin dat er geen dvd met een selectie films werd bijgevoegd).
 
Omvang en gewicht van beide boeken maken het meteen duidelijk: dit oeuvre is enorm. Vanaf midden jaren 1960 is Paul de Nooijer als fotograaf en later als filmmaker actief, bijna altijd in samenwerking met zijn echtgenote Françoise. Vanaf de vroege jaren 1970 duikt ook zoon Menno in hun werk op. Naderhand wordt Menno een volwaardige medeschepper, met name wanneer de fotografie van het artistieke gezin een digitale wending neemt en hij complexe grafische lagen in de beelden brengt. Hoewel de namen van Paul en Menno al langere tijd onverbreekbaar met elkaar verbonden waren, is het pas recent dat het aandeel van Françoise door de buitenwacht als volwaardig wordt erkend – ook al was zij niet alleen als actrice en model, maar ook als producente, cruciaal medeschepper van het unieke universum De Nooijer.
 
Hoewel beide boeken het oeuvre De Nooijer vieren, markeren ze in zekere zin ook een nakend einde van de driehoekssamenwerking tussen vader, moeder en zoon. Dat einde is niet absoluut en ook niet vrij gekozen, maar duidt eerder op een melancholische onafwendbaarheid: het kondigde zich voor het eerst aan toen enkele jaren terug bij vader Paul prostaatkanker werd vastgesteld. Sindsdien is de eindigheid, en vooral de onvermijdelijkheid van het einde, een vaste compagnon de route geweest van het drietal, ook in hun scheppende werk. Dat blijkt onder meer in de film (en foto’s) Losing One’s Child (2021), waarin het inmiddels hoogbejaarde echtpaar stilstaat bij het kind dat ze ooit kort na de geboorte verloren. Het recentste werk van de De Nooijers werd dan ook altijd gemaakt onder de schaduw van het besef dat elke samenwerking de laatste zou kunnen zijn.
 

 
Het duwtje in het beeld
Het universum De Nooijer bestaat uit vele honderden foto’s (en dat worden er duizenden als we ook de individuele foto’s tellen die in hun stopmotion-films zijn gebruikt) die mensen, vaak de kunstenaars zelf en een selecte groep vrienden, in schijnbaar banale handelingen presenteren, alsof het scènes betrof uit het leven van een alledaags gezin. Er zit echter een uitvergroting in de enscenering, een gestolde absurditeit die de gewoonheid benadrukt en tegelijk grotesk, unheimlich maar ook erotisch maakt. In dat opzicht werkt deze beeldtaal op drie niveau’s tegelijk: het is een intellectuele oefening (een deconstructie van het alledaagse), een emotionele verkenning van menselijke relaties, maar ook een erotisch cabaret waarin het (doorgaans eigen) lichaam bij herhaling en met vaak grote gretigheid wordt uitgestald.
 
Het werk van de De Nooijers heeft veel interessante raakpunten met het werk van tijdgenoten. De vele vrouwelijke naakten (inclusief talloze achterwerken), collage-achtige foto’s en antinaturalistische kleurpatronen doen denken aan het werk van Jan Saudek, dat een gelijkaardige theatraliteit heeft, ook niet zelden met de fotograaf als eigen model; er is een onmiskenbare affiniteit met de manier waarop Paul Delvaux zijn naakte dames in decors plaatste; de combinatie van naakte lichamen met classicistische architecturale motieven resoneert met het werk van Peter Greenaway; en uiteraard is er de overduidelijke inspiratie van experimenteel filmmaker Frans Zwartjes, wiens surrealistische en groteske manier om zichzelf en zijn echtgenote vaak seksueel expliciet, bedekt met bakmeel, en in op alledaagse handelingen gebaseerde poses te arrangeren zonder meer zijn sporen heeft nagelaten bij De Nooijer. Vooral in het werk uit de jaren 1970 is de invloed van Zwartjes zeer aanwijsbaar.
 
Critici vinden het niet altijd eenvoudig om te duiden hoe het universum De Nooijer parallel aan de echte wereld bestaat, maar Paul formuleerde het heel precies toen hij zei: ‘Je duwt een beetje tegen de werkelijkheid en alles krijgt een compleet andere strekking.’ Daarin verschilt het oeuvre De Nooijer van traditioneel surrealisme of absurdisme: de worteling in de werkelijkheid is veel nadrukkelijker, en elk beeld, hoe ongewoon ook, gaat altijd op een of andere manier over een concrete beleving die, hoewel enigszins verschoven door dat duwtje, herkenbaar blijft.
 
Memento mori
In de foto’s uit de jaren 1980 kunnen we interessante parallellen zien met het werk van Peter Greenaway, met name in het gebruik van klassieke architecturale elementen (piramides, Griekse tempels, Renaissance portieken) in combinatie met naakte lichamen die al dan niet met stucco besmeurd zijn, zoals in de Triptych Etude Louis XVI#6 (1985), de Triptych Secret Phone Call (1985), in het beeldenpaar Stucco #1 en Stucco #2 (1985), en in de foto Back to Back #1 (1986), waarop de vader zijn zoon op de rug torst. In deze periode maakten de De Nooijer trouwens een van hun krachtigste beelden: in een foto uit de reeks Heat Sources (1986) staan vader en zoon, beiden naakt, langs een grote wandkachel met een elegante spiegel waarin we Françoise weerspiegeld zien, in een maagdelijk witte jurk, terwijl ze de foto maakt.


 
Het is de moeite waard om wat preciezer naar dit beeld te kijken, want hier creëerde het trio wellicht zijn mooiste mannelijk naakt: links in beeld staat vader Paul, net de veertig voorbij en in goede vorm, rechts Menno in de triomfantelijke jeugd van zijn negentien lentes. Centraal in de kachel is een camee verwerkt met twee spelende putti, die men kan lezen als symbool van de vluchtigheid van de jeugd (en dus het leven). Tussen de poten van het statief van de camera die we in de spiegel zien kunnen we ook een andere foto uit de reeks Heat Sources ontwaren, waarop Paul als een gevallen Adonis op een kachel ligt (in het boek zijn beide foto’s naast elkaar gereproduceerd om de link expliciet te maken voor de aandachtige kijker).
 
Op die manier laat de foto zich lezen als een complex memento mori: beide mannen zijn in de bloei van hun viriele kracht door de vrouw en moeder vastgelegd (waarbij de witte jurk de associatie met een Heilige Familie suggereert), de vader op het kantelpunt naar de middelbare leeftijd en ouderdom, de zoon op de drempel van de volwassenheid in de volle glorie van zijn jonge mannelijkheid. Als dusdanig bakenen ze het volwassen leven af van de jeugd en de ouderdom, als poortwachters van het leven. De klassieke compositie wordt enkel subtiel ontwricht (of gekanteld, of krijgt zijn duwtje) door de vage vlek van de tweede, weerspiegelde foto, die vanuit een makkelijk over het hoofd gezien hoekje het motief van de eindigheid als een spookgedaante in het beeld binnenbrengt. Die eindigheid wordt tenslotte ook gesuggereerd door het afbladderende behangpapier aan de bovenrand van de foto.
 
Dolle ernst
Door stil te staan bij een individuele foto als deze Heat Sources wordt meteen ook duidelijk hoe complex de iconografie van de De Nooijers is. Wie de boeken meermaals doorneemt wordt getroffen door de zich herhalende motieven (zoals de verschillende reeksen foto’s van een springende Menno of het meermaals hernomen motief van de geboorte van Venus) en de vele verwijzingen naar de kunstgeschiedenis. Dat gebeurt niet alleen met directe citaten, maar ook door het overnemen van visuele stijlmotieven van andere kunstenaars. Zo zien we in de latere naakte lichamen van Paul en Françoise vaak de vlezigheid van Lucian Freud, doet hun iconografisch theater denken aan Carel Willink, schreeuwen gezichten als in een doek van Francis Bacon, of ontlenen de fotoreeks Swimmers (2018) en de film Is Heaven Blue? (2021) het motief van rimpelende watergolfjes onmiskenbaar aan de zwembadschilderijen van David Hockney.
 
Het universum De Nooijer is theatraal, humoristisch, intellectueel, polymorf pervers, en doorgaans dit alles tegelijk. Het creëert een volledige artistieke wereld vaak letterlijk in de eigen huiskamer, en die wereld wordt bijna altijd bevolkt door dezelfde mensen. Voor de De Nooijers was dat een tweede leven voor de camera, die hun letterlijke leef-tijden heeft vastgelegd, van prille jeugd (in het geval van Menno) tot de laatste stadia voor het onvermijdelijke einde. Doorheen alle formele experimenten blijft er altijd een menselijkheid overeind die vaak ontroert, verontrust, of de kijker onbeschroomd opgeilt. In zijn dolle absurditeit, maar typisch met uitgestreken poker face, weet dit oeuvre keer op keer het volle leven te vatten, met lichte ironie of rabelaisiaanse exuberantie. Het leven is een theater, van de eerste foto tot de laatste film.
 
Paul, Menno en Françoise de Nooijer: Is Heaven Red?, Voetnoot, Antwerpen 2022, 646 p. : ill. Met een inleiding door Andrea Voigt. ISBN 9789491738791
 
Paul, Menno en Françoise de Nooijer: Is Heaven Blue?, Voetnoot, Antwerpen 2022, 646 p. : ill. Met een inleiding door Peter Delpeut. ISBN 9789491738746
 
Distributie EPO


2018Swimmer#9

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri