Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2022

Robert Menasse: De Amerikaanse bril

door Carl De Strycker

Op de cover van de verhalenbundel De Amerikaanse bril van Robert Menasse prijkt een portret van zijn moeder met een extravagante Amerikaanse bril. Dat beeld is een metafoor voor de invloed van de VS op Europa na 1945. De foto dateert van 1963, het jaar waarin president John F. Kennedy in Dallas werd vermoord, en dat feit vormt het uitgangspunt van de beide titelverhalen (er zijn er immers twee met hetzelfde opschrift: het ene opent de bundel, het andere besluit hem). In het eerste heet het: ‘Ik had geluk toen Kennedy werd vermoord’, in het slotverhaal klinkt het: ‘Ik was gelukkig toen John F. Kennedy werd doodgeschoten.’  

De openingstekst is eigenlijk een essay waarin de auteur vergelijkt op welke wijze het nieuws tot hem kwam over enerzijds de moord op de president van de VS en anderzijds 9/11 – allebei Amerikaanse drama’s waarvan de beelden op het netvlies gebrand staan. Wie een Amerikaanse bril opzet, ziet twee keer een aanval op een grootmacht die stabiliteit in de wereld brengt. Wie echter een ander perspectief inneemt – Kennedy is verantwoordelijk voor de Vietnamoorlog; 11 september is niet alleen in 2001, maar ook in 1973 een historische datum, namelijk de dag waarop met de hulp van de Amerikanen de Chileense president Salvador Allende uit de weg werd geruimd – moet zich afvragen of het naoorlogse Europa toch niet te kritiekloos omgegaan is met de VS. De vraag of er voor Europa ook een alternatief was voor de op Amerikaanse leest geschoeide kapitalistische maatschappij duikt een aantal keren op in deze verhalen, die samengehouden worden doordat ze elk tegen de achtergrond spelen van een cruciaal historisch moment in de geschiedenis van de Westerse wereld en doordat het heden telkens met die geschiedenis in aanraking komt.
 
Dat blijkt bijvoorbeeld in het verhaal ‘Eeuwige jeugd’ waarin het hoofdpersonage bij zijn vader op onbegrip stuit als hij zijn huwelijk aankondigt voor 9 november – een beladen datum, want: Kristallnacht. Niettemin zet hij door en het wordt een wel heel bijzondere huwelijksnacht: ‘Ik zat voor het televisietoestel en kon me niet losrukken van die beelden die de massale triomf van het individu lieten zien. De bestorming van de Berlijnse Muur.’ Op die manier raken verschillende historische gebeurtenissen die zich toevallig op dezelfde datum afspeelden met elkaar verbonden, maar ook de beslommeringen uit onaanzienlijke levens blijken erdoor beïnvloed. Dat is wat deze verhalen laten zien: dat de grote geschiedenis die ver weg lijkt wel degelijk inwerkt op het alledaagse leven.
 
Een van de mooiste verhalen uit de bundel is ‘Kroniek van de Girardigasse’, waarin de ik-figuur schrijft vanuit het pand dat het eerste bordeel in Wenen blijkt te zijn geweest. Dat fait divers vormt de aanleiding om het levensverhaal te vertellen van de acteur die zijn naam aan het straatje gaf, maar ook de geschiedenis van de hoerentent wordt besproken en zelfs de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland. Dat alles loopt uit op een kritische karakterschets van de stad: ‘Wenen is een stad van decors. Je kunt niet achter ieder decor kijken, maar bij de voorkant ervan moet of kun je bijna altijd denken: hier is iets geweest. Wat zit erachter? Niets. Aan de voorkant is de schijn zonder zijn, erachter het zijn zonder schijn.’ Of hoe het verleden steeds opnieuw het heden bepaalt.
 
En zo bevat de bundel nog tien verhalen over merkwaardig coïncidenties, telkens met veel ironie verteld. Over een joodse vader die tijdens de hongerwinter in de zoo van Amsterdam in een beestenkooi werd opgesloten. Of over de boekhandelaar die in zijn jeugd marxistische sympathieën koesterde en die, toen er na de ontvoering van de industrieel Walter Palmers jacht gemaakt werd op linkse studenten, overal de communistische lectuur gered heeft die in de studentenhuizen inderhaast bij het vuilnis werd gezet. Hij ontmoet nu een ambtenaar van het ministerie van economie die een van die boeken, dat hij als zijn exemplaar herkent, wil terugkopen. Of het slotverhaal (het tweede titelverhaal) waarin een discussie over Kennedy en het verschil tussen een Amerikaanse en een alternatieve bril om naar hem te kijken zorgt voor de scheiding van twee echtelieden.
 
In De Amerikaanse bril en andere verhalen worden gebeurtenissen op het wereldtoneel verweven met kleine levens en daarbij wordt precies vanuit de particuliere verhalen de communis opinio ter discussie gesteld die bestaat over de historische feiten. De verhalen die zich presenteren als tussendoortjes tussen het grote werk – de romans De verdrijving uit de hel (2002) en De hoofdstad (2017) – getuigen echter net zo goed van de steeds kritische blik die Menasse werpt op het Europa na de Tweede Wereldoorlog.
 
Robert Menasse: De Amerikaanse bril. Verhalen over het einde van de naoorlogse orde, De Arbeiderspers, Amsterdam 2021, 176 p. ISBN 9789029544481. Vertaling van Ich kann jeder sagen. Erzählungen vom Ende der Nachkriegsordnung door Paul Beers. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri