Vertaald proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2020

Ayşegül Savaş: Lopen op het plafond

door Kris Velter

‘Dit is één manier om het te vertellen. Ik weet dat er andere bestaan.’   

De tweede publicatie van Uitgeverij Kievenaar is een debuutroman. De auteur ervan is de Turkse schrijfster Ayşegül Savaş. Ze schrijft in het Engels en publiceerde eerder verhalen en essays in o.a. The Paris Review, The New Yorker en Granta. Momenteel geeft ze les aan de Sorbonne en werkt ze aan een essaybundel waarin ze de begrippen taal, inspiratie en verbeelding onderzoekt. In Lopen op het plafond gaat ze eveneens dieper in op die verbeelding en schrijft ze niet enkel een verhaal, maar maakt ook een thema van het vertellen van verhalen en de werking van de herinnering.  
 
Nunu, een jonge vrouw, woont in een aftandse kamer aan het Gare du Nord in Parijs. Ze heeft zich ingeschreven voor colleges literatuur, maar gaat zelden naar de les. In een boekhandel ontmoet ze tijdens een lezing van enkele Engelstalige schrijvers de auteur M. Hij schrijft romans die zich afspelen in Istanbul, de stad waar Nuna is opgegroeid. Er ontstaat een vriendschap. De jonge vrouw vertelt hem dat ze ook schrijft. Ze zou werken aan een boek over haar intrigerende oom Akif, die net als zijzelf in Parijs had verbleven. Hij hield een dagboek bij en schreef gedichten. ‘Ik vertelde M. dat mijn roman, net als zijn eigen boek, een reconstructie was van een verdwenen wereld.’ Maar uiteindelijk is het verhaal over haar eigen ambitie om te schrijven slechts een voorwendsel om hem te ontmoeten en hem verhalen te vertellen.  
 
Tijdens lange wandelingen vertellen ze elkaar verhalen. De vrouw vertelt over haar jeugd in Istanbul: over haar vroeg overleden vader, die dichter was en haar moeder die de creatieve wereld van haar man afkeurde. Ze vertelt over de periodes die ze doorbracht bij haar grootouders, over haar roddelende tantes en typisch Turkse gebruiken. Dit alles interesseert M. omdat hij deze verhalen kan gebruiken voor zijn nieuwe roman. Maar ook vertelt ze over haar periode in Londen, waar ze studeerde en een vriendje had.
 
Lopen op het plafond is geschreven in korte en heldere zinnen. Maar onder die eenvoud schuilt een roman die de meest complexe vragen aansnijdt. Nunu, de ik-verteller van het verhaal, opent de roman met bedenkingen over de herinnering. Ze is van plan een verhaal te vertellen, maar weet dat het slechts kan gaan om een ‘incomplete inventaris’. ‘Wat ik me herinner, bezit de structuur van een droom, een verzinsel, een vreemde en gewichtsloze, zwevende kwaliteit, als bij lopen op het plafond.’ Het zijn dergelijke passages, die naarmate de roman vordert steeds talrijker worden, die de roman naar een quasi essayistisch metaniveau optillen. Op een bepaald moment gaan de verhalen die worden verteld de werkelijkheid mee construeren: ‘M. zei tegen me dat de meest eenvoudige dagelijkse gewoonten van mij iets poëtisch hadden. En als gevolg van die observatie van hem probeerde ik nog meer poëzie aan mijn dagen toe te voegen.’ Verder in de roman klaagt de ik-figuur erover dat het vermoeiend is om werelden voor M. op te roepen:
 
‘Ik was steeds bezig dingen te verzamelen om aan hem te laten zien, ik las over historische bijzonderheden, leerde dichtregels uit mijn hoofd of verdiepte me in de ongewone details van een gebouw of een brug, en maakte me zelfs technische wapenfeiten eigen, waar ik dan terloops melding van maakte in het gesprek.’
 
Het wordt meer en meer duidelijk dat het vertellen van een verhaal nooit onschuldig is omdat datgene wat wordt verteld een parallelle wereld creëert. Net zoals M. in zijn romans doet, begint Nuna lijstjes te maken van gerechten, films, bomen.
 
‘Op die manier kregen de mensen in mijn verhalen – mijn moeder, de tantes, ikzelf als kind – een geheel eigen leven, waarin ze een heel ander pad bewandelden dan hun aardse tweelingzussen.’  
 
Hetzelfde mechanisme komt terug in het vertellen van leugens. Nunu volgde colleges over het soefisme bij een Engelse professor die in Bulgarije een tijdje met een soefi-groep had doorgebracht. Zelf vertelde ze dat ze in Istanbul lid was geweest van de soefi-orde van Abdülkadir Geylani. ‘Ik was verbaasd over het gemak waarmee ik dit kon zeggen, me bewust van mijn overdrijving en hoe exotisch het klonk.’ Nuna vindt het aangenaam om via de leugen een ander persoon te zijn en door de ander als exotisch te worden gezien. Resultaat is dat ze mag meewerken aan het onderzoek van de docent.
 
Naar het einde van de roman wordt opnieuw de herinnering tot thema gemaakt en plaatst Savaş zich duidelijk in de traditie van Proust. Oom Akif windt zijn horloge op en luistert samen met de moeder van Nunu naar het tikken van het mechaniek. ‘Akif amca zei tegen mijn moeder dat hij zich haastte om alle verloren tijd in te halen.’ Vervolgens haast Nunu zich om hieraan toe te voegen dat ze niet echt wist wat de woorden van oom Akif betekend hadden en zelfs niet wist of ze het verhaal van het horloge wel goed had onthouden. Ook tijdens de wandelingen met M. in Parijs komen er plots bepaalde herinneringen op: de geur van kolen in de winter of een grapje. Maar ook hier rest de onzekerheid: ‘Wat is overgebleven van de herinnering is uitsluitend de wetenschap dat ik niet langer in het bezit ben van iets dat ik door en door kende. Het is nutteloos, dit residu van onwetendheid.’
 
Uitgeverij Kievenaar laat slechts spaarzaam boeken op de wereld los. De eersteling, Tegenlicht, een drieluik naar Pierre Bonnard, was meteen een voltreffer. Met deze tweede uitgave wordt aangetoond dat de uitgever ook een neus heeft om nieuw werk op te speuren. Of Lopen op het plafond nu gelezen wordt als een weemoedige herinnering aan een verloren gegaan Istanbul, het verhaal van een speciale vriendschap of als een filosofische roman, het boek is geschreven met een grote stilistische elegantie en bezit een onmiskenbare eigen stem.
 
Ayşegül Savaş: Lopen op het plafond, Kievenaar, Heveadorp 2020, 210 p. ISBN 9789083046716. Vertaling van Walking on the Ceiling door Janine van der Kooij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri