Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2019

Annemarie Peeters: Ook bomen slapen

door Jooris van Hulle

Muzikant en dramaturg Annemarie Peeters zocht en vond voor haar debuutroman Ook bomen slapen inspiratie in de wereld van opera. De roman is opgebouwd als een klassieke opera, met ouverture, drie aktes en een epiloog. In een dubbelverhaal voert Peeters twee personages ten tonele die ogenschijnlijk weinig of geen raakpunten hebben met elkaar.
 
Voor haar eerste verhaal kiest Peeters voor het briefgenre. Corneille, een gewezen directeur van de Munt, leeft nu in Parijs waar hij als boekhouder de eindjes aan elkaar moet zien te knopen. In een reeks onbeantwoord blijvende brieven die hij schrijft aan zijn zoon, zet hij uiteen hoe zijn relatie op de klippen is gelopen. In een naschrift bij de roman wijst Peeters erop dat Corneille doorheen ‘een vlucht van de fantasie van de auteur’ deels gemodelleerd is op de Belgische dirigent Maurice Corneil de Thoran (1881-1953), die meer dan dertig jaar aan het hoofd stond van de Koninklijke Muntschouwburg.  
 
Voor Corneille (de subtiele wijziging in de naamgeving suggereert meteen de afstand die Peeters heeft willen inbouwen tegenover de figuur van Corneil zelf) blijft het schrijven van de brieven aan zijn zoon een moeizaam verlopende zoektocht naar de waarheid omtrent zijn fout gelopen huwelijk. Hoe hij zijn vrouw van zich heeft zien en voelen wegglijden in een wereld van illusies - leidmotief hier is het klassieke verhaal van Dido en Aeneas – komt pijnlijk direct over in de bekentenis die hij doet aan zijn zoon:  
 
‘Het gevoel dat zij niet werkelijk was, dat het simpele feit dat zij bestond, bij me woonde, mijn vrouw was, een onmogelijkheid betrof; dat gevoel verliet me nooit.’
 
Wat daarbij ook een bepalende rol heeft gespeeld, is het gegeven dat zij - de moeder – ‘een man wilde zijn’, een motieflijn die her en der verspreid over de roman de positie van de vrouw aan de orde stelt:  
 
‘Wat ik haar hoorde zeggen, en hoe! Dat verhalen alleen geschreven werden, de hele wereldliteratuur, om samen te spannen tegen eenieder die toevallig met een vrouwelijk geslachtsorgaan geboren was.’
 
De brieven naar de zoon zijn geschreven in een poëtische stijl die refereert aan de muziek en de golvende bewegingen ervan.
 
Alternerend met de brievenhoofdstukken vertelt Peeters vanuit een meer afstandelijke invalshoek, in breedlopende zinnen het verhaal van Ofelia. Haar ultieme droom was ooit te schitteren als operazangeres, maar gedreven door de omstandigheden komt zij na de breuk met haar geliefde Aviv als actrice/zangeres terecht in een technobar in Berlijn, waar ze verzeilt in het milieu van drugsdealers en aan lager wal geraakte gebruikers. Binnen deze verhaallaag spiegelen het verhaal van Corneille en dit van Ofelia elkaar; beiden hebben hun dromen nagejaagd, beiden zijn ze in volle hevigheid tegen we werkelijkheid aan aangebotst. Op een subtiele manier verweeft Annemarie Peeters overigens het boom-motief uit de titel in beide verhalen: er is de boom die Ofelia geplant heeft samen met haar oma, er is de boom die Corneille in zijn Parijse voortuin weet staan en die hij ervaart als bedreigend.
 
Ook bomen slapen vertoont, ook al gaat het hier om een debuut, alle kenmerken van een gerijpt schrijverschap.
 
Annemarie Peeters: Ook bomen slapen, Vrijdag, Antwerpen 2018, 317 p. ISBN 9789460016462. Distributie Elkedag Boeken 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri