Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, FEBRUARI 2016

Chico Buarque: Mijn Duitse broer

door Hugo Van Hoecke

De in Brazilië wereldberoemde topmuzikant die voor deze roman tekent, heeft klaarblijkelijk nog andere dan enkel muzieknoten op zijn zang. Uit het eigen leven diept hij een familiegeheim op waar hij pas op zijn tweeëntwintigste achter kwam, met name het bestaan van een of andere onbekende broer, vrucht van een slippertje dat zijn vader had gemaakt toen die in 1930 met een journalistieke opdracht een tijdje in Berlijn verbleef. De gegevens die hij eerst uit teruggevonden brieven en nadien - wanneer hij zelf op onderzoek trekt naar Berlijn - uit plaatselijke contacten verzamelt, vormen het raam van deze roman, niet evenwel na ze te hebben omgeven, of opgevuld zo u wil, met deels fictieve verhaalstof waarin de realiteit van de geschiedenis nooit ver weg is.  
 
Zo speelt een groot deel van zijn zoektocht in Brazilië zelf zich af in de periode van de dictatuur uit de jaren zeventig, toen niemand veilig was voor de soldateska en haar civiele aanhang. Zonder de excessen van deze horrortijd op de voorgrond te plaatsen zorgt hij er toch voor dat zij nadrukkelijk de sfeer kenmerken waarin zijn speurtocht zich ontplooit. Evenmin gaat hij voorbij aan de gruwelen van het Naziregime in het Duitsland van de jaren dertig. Technisch gezien lag dat nogal moeilijk, omdat de auteur pas in mei 2013 zijn opwachting maakte in Berlijn, alwaar hij hoopte de laatste puzzelstukjes van het broederverhaal in elkaar te kunnen passen. Maar hij lost dat probleempje handig op door de vertellerfiguur (hemzelf dus) uitgebreid voorstellingen te laten oproepen omtrent wat zijn broer zou kunnen meegemaakt hebben bij de heikele lotsbestemming die beslist zijn deel was in de militaristische en Jodenvijandige omgeving van die dagen. Het woord dat in deze roman vaakst gebezigd wordt is zonder twijfel het woordje ‘zou’: ‘mijn broer zou dit, zou dat …’, grimmige veronderstellingen die misschien geen werkelijkheid werden maar dat wel hadden kunnen zijn. Zodoende werd een homogeen verhaal bijeengesprokkeld dat deels steunt op ware feiten uit de familiesfeer en deels op feiten aangeleverd uit de politieke contouren, met als bindmiddel de creatieve interventies van de auteur zelf. Je moet het maar kunnen.
 
Losjes uit de pols geschreven, bijna in vertelvorm, zo zou je Buarque’s relaas kunnen typeren. Soms is de boventoon die hij hanteert meesmuilend, soms lichtjes ironisch, maar wie nauw toekijkt zal in zijn verhaal een ondertoon detecteren die als verdoken maatschappijkritisch kan worden bestempeld. En over alles heen dampt er dat heerlijke sausje van Braziliaanse luchthartigheid.

Amsterdam De Bezige Bij 2016, 237 p. Vert. van: O irmão alemão door Piet Janssen. ISBN 9789023492696

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri