Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Arnon Grunberg: Het bestand

door Jooris van Hulle

Met zijn korte roman Het bestand voert Arnon Grunberg zijn lezers mee in de digitale wereld. Niet toevallig dat aan elk hoofdstuk een soort motto voorafgaat dat geplukt is uit de ‘rules of the internet’. Hoofdfiguur Lillian is, mede door haar verslaving aan de virtuele wereld van het internet waar ze zich de identiteit aanmeet van een oosterse prinses, vervreemd geraakt van de werkelijkheid, ‘haar beste vrienden zijn virtuele vrienden.’ Haar ouders zijn nauwelijks nog van tel voor haar, voor zichzelf heeft ze uitgemaakt dat haar lichaam, voor zover het haar er telkens weer aan herinnert dat ze ook in een ‘normale’ werkelijkheid leeft, overbodig is: ‘Wie de mens als ideaal serieus nam moest wel nee zeggen tegen het vlees.’ Van haar internetmentor Banri krijgt ze de opdracht te gaan solliciteren bij BClever, een bedrijf dat gespecialiseerd is in internetbeveiliging. Ze kan er als receptioniste aan de slag en slaagt erin, tegen alle verwachtingen in dan wel, enig sociaal contact tot stand te brengen met Seb en Axel, resp. een collega van haar en haar baas. Twee enigmatische figuren die binnen het bedrijf elk hun eigen rol spelen. Seb moet zelfs op de vlucht wanneer blijkt dat hij al te veel aan de weet is gekomen. Aan Lillian vertrouwt hij zijn bestand toe, een usb-stick waarop alles is vastgelegd wat hij bij inbraken op andere, vaak zogezegd totaal beveiligde sites te weet is gekomen. En Axel hangt de theorie aan dat Christus zal terugkomen als malware, ‘als het meest ingenieuze computervirus dat ooit heeft bestaan’ en de wereld een totaal ander uitzicht zal geven. Misschien – zo lijkt Grunberg toch te suggereren aan het slot van zijn roman - ligt hier de weg van de emotie open. Lillian beslist om bij Axel te blijven, ‘hij is haar geliefde, hij is haar minnaar. Ze heeft hem gevonden.’ Grunberg is dan weer op zijn best wanneer hij Axel laat antwoorden: ‘In elk systeem is de mens de zwakste schakel. Zolang er mensen zijn zullen wij overal binnenkomen.’
Tot op zekere hoogte, en zeker waar het de ervaringen van Lillian bij BClever betreft, gaat de roman gebukt onder de al te nadrukkelijke manier waarop Grunberg focust op de theorie die hij naar voren wil schuiven. Meer overtuigend is het middendeel, waarin in een lange flashback wordt teruggeblikt op Lillians kinderjaren en jeugd. Vooral dan het deel waarin wordt verteld hoe zij er met de hulp van haar internetvrienden in slaagt een pedofiel te ontmaskeren, zal de lezer ongetwijfeld bijblijven. De prinses die een wraakengel wordt, een rol die Lillian zo ernstig neemt dat ze later ook als dierenactiviste de normaliteit van de wereld-van-de-anderen zal afwijzen. Heel raak weet Grunberg haar te typeren: ‘Lillian was een kind van de revolutie, […] de revolutie van de eenentwintigste eeuw die bestond uit eenlingen, uit een kleine voorhoede, uit anarchisten die niets van geweld moesten hebben.’ Of, om terug te grijpen naar de openingsbladzijde: ‘de mens is werk in uitvoering.’
 
Amsterdam : Nijgh en Van Ditmar, 2015. 171 p. ISBN 9789038899886 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri