Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 4, OKTOBER 2015

Bette Westera & Sylvia Weve: Haasje Repje

door Henk van Viegen

3+ - De samenwerking tussen Bette Westera en Sylvia Weve dateert al van 1999 (Bij mij onder de dekens), en met tussenpozen deden ze een project samen. De laatste jaren zijn hun coproducties sterk in het licht komen te staan door de prijzen die ze samen kregen: de Woutertje Pieterse Prijs 2015, de Gouden Griffel en een Vlag en Wimpel Penseel voor Doodgewoon, een Gouden Penseel en een Vlag & Wimpel voor Aan de kant, ik ben je oma niet (2012).   
  
Er is nu opnieuw een boek van hen verschenen bij uitgeverij Gottmer: Haasje Repje. Helemaal nieuw is het niet, het gaat om een herneming van Ra, ra, wie ben ik? : verhalen over Haasje Repje uit 2004. Ze beschrijven het leven in het bos van de supersnelle Haasje Repje in zijn contacten met andere dieren. Elf van de twaalf verhalen uit Haasje Repje stonden al in die bundel. Volgens de site van uitgeverij Gottmer is het boek compleet herzien, dat is vast waar, maar klinkt wat zwaar voor die paar tekstveranderingetjes en het ene nieuwe verhaal, dat overigens niet nieuwer aandoet dan de andere elf vertellingen. De charme van het boek zit dus gewoon in de nieuwe verkrijgbaarheid van de zeer goed voor te lezen, spannende en geestige teksten (vanaf 7 jaar zelf te lezen). Toen het boek uitkwam, waren de teksten al gebruikt als voorleesverhaaltje in Sesamstraat, dat verklaart wellicht het vaak voorkomende slot van een episode: dag Haasje Repje, dag Slak, dag etc., een formule in voorleessessies in dat programma.

Op grond van het voorplat van de 2004-versie zou je kunnen zeggen dat de presentatie van de dierenverhalen van Toon Tellegen toen geïmiteerd werd, onder andere de bundel Toen niemand iets te doen had: drie even grote dieren naast elkaar, robuust en met stevige contouren. Met ook linosneden als binnenillustraties, zoals Mance Post dat een tijdlang deed bij Tellegen. De tekst is wel minder voor een dubbelpubliek dan bij Tellegen, ’t is meer een Tellegen-light. Licht filosofisch zijn sommige zinnetjes in de verhalen ‘Ziek’ (over voor iemand zorgen) en ‘Afscheid nemen’ (‘Zie je nou wel,’ zegt hij. ‘We hadden afscheid moeten nemen toen we elkaar nog niet kenden. Nu zijn we allebei droevig.’). 
  
Omslag en binnentekeningen zijn nu totaal anders. In Ra, ra was het aandeel van de illustraties bescheiden, Weves naam stond kleiner op het omslag dan die van Westera. Weve gebruikte alleen rood, zwart en een beetje wit. De plaatjes waren stevig, met maar een enkel detail, wel vaak heel geestig. Nu heersen bij haar, nooit bang zich te vernieuwen, zwierigheid en drukte, en springen de kleuren (vooral veel groenen) van de bladzijde. Elk hoofdstuk begint met een prachtige dubbelpagina waarop alleen de titel en een tekening die dat hoofdstuk typeert, zoals een Haasje Repje die wil slapen (slappe, in elkaar gefrommelde lijnen) of die ziekig is (slechts één lijntje, en verder een in drie etappes verleppende bloem). Fijne details zijn er ook, bij voorbeeld als Vuurvliegje wegkringelt tot-ie vlak onder de maan hangt, de (terugkerende) zakdoek bij het afscheid of de blindenstok van Mol. De tekeningen staan boven de tekst, maar pikken regelmatig flink extra ruimte. Ze zijn ook activerend: de tekst wordt in één grote tekening van links naar rechts uitgebeeld, de luisteraar beweegt kijkend mee. Kortom, het werd echt een nieuw boek, met de namen van de twee makers even groot op het omslag. 

Ik ben benieuwd of in de komende sinterklaasperiode hun sterk met het Sinterklaasjournaal verbonden vorige coproductie Sint gaat op gym (2013) nog in de boekwinkel zal liggen. De Pieten zijn eerder bruin dan zwart, maar zien er wel vaak een tikje dommig uit en hebben tetters van oorringen… 
  
Haarlem: Gottmer/Becht, 2015. ISBN 9789025761141

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri