4+ - Dit soloboek van Karst-Janneke Rogaar is helemaal
opgetrokken uit dubbelpagina’s, waarbij het integraalomslag meteen de titel
Lucy (‘Licht’) en Donker weergeeft. Op de schutbladen begint en eindigt het
verhaal.
Op de startpagina, met veel
gelen en bruinroden en een roze lucht om het eind van de dag aan te geven, zien
we Lucy en haar moeder opbreken op het strand. Lucy trekt nog even een
aangespoelde boei uit het water om die mee te nemen. Het oog van de lezer wordt
getrokken naar een donkere spleet tussen twee rotsen. De titelpagina en die
ertegenover tonen nog een restje daglicht, vader en Lucy maken de boei vast aan
een van de palen waarop hun huis staat.
Rogaar snijdt over naar de
nacht. Lucy ligt wakker. Door de streep licht bij de deur zien we zo’n beetje wat
er in haar kamer staat, maar dan valt de deur dicht en is het aardedonker, (Het)
Donker is gearriveerd. Hij praat tegen Lucy. Dit levert zes pagina’s
schitterende binnenbeelden op: Lucy die eerst kleurrijk oplicht tussen zwarte
houtskool/krijtvegen als ze bang het licht aandoet. Lucy vanuit een mooi
perspectief: via een plas licht over de vloer naar het donker onder het bed
waar ze onder kijkt om Donker te vinden. En daarna heel mooi wit met haar
knuffel Watje als Donker haar leert eerst even aan hem te wennen.
Vooral buiten is het
superspannend. Dat komt natuurlijk ook doordat Donker laat zien wat hij
allemaal kan en geintjes uithaalt. Niets is wat het lijkt, soms zien dingen van
de natuur er wel erg uit als monsters en ook hier zijn enge geluiden. Ook hier
moet je even wennen voor er van alles uit het donker opdoemt. Er is niks glad als
Rogaars de nacht tekent, ze gebruikt lekker veel strepen voor de bomen en de
struiken en maakt een lucht met witte vegen in het blauw of zwart. Opnieuw ondergaat
Lucy de schoonheid (en de humor!) van het donker, en ze wordt bijna één met
alles om haar heen. De lezer wordt hier en daar speels gedwongen goed te kijken
waar Lucy zich bevindt.
Op welk moment van de nacht we ook zijn, Rogaar weet er de
tinten voor te leveren, met een hoofdrol voor blauwen. Maar ook het
ochtendlicht is treffend. Rogaar geeft de witte rotsen blauwe vegen en laat de
lucht nu kraakwit.
Misschien is Watje ook wel een sprekende naam, maar dan niet voor het
hele verhaal. Eerst is hij net zo bang als Lucy, maar op een bepaald moment gaat
hij gewoon aan de wandel, voorop, Lucy bijna meetrekkend.
Voor veel kinderen is het donker
iets engs, een soort vijand. Rogaar, die de nacht (en het blauw) ook al zo
prachtig tekende in Toen Raaf linksaf sloeg van Evelien de Vlieger, heeft er duidelijk een vriend
van gemaakt. Op de schutbladen achterin installeert Lucy zich weer met een van
de ouders op het strand. De morgen licht prachtig op. Lucy staat zwaaiend voor
de donkere spleet, drie maal raden naar wie.
Karst-Janneke Rogaar: Lucy en
Donker, Querido, Amsterdam 2025, 40 p. : ill. ISBN 9789045131641. Distributie
L&M Books
deze pagina printen of opslaan