Vanaf twaalf jaar

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Eléonore Devillepoix: Het meisje van het woud

door Henk van Viegen

Arka, de Amazone die in ‘De stad zonder wind’ (Hyperborea) het gevecht aangegaan is met de meester van de lemuren en, zoals ze zegt: per ongeluk de basileus (de vorst) heeft gedood, kan zich even niet in die stad laten zien. Hetzelfde geldt voor de van moord beschuldigde minister van Nivellering Lastyanax, bij wie ze discipel was. Zie voor beide zaken De zoektocht van Arka, het eerste boek van het tweeluik De stad zonder wind.  

Maar Lastyanax is gebleven. In het verhaalheden valt hij toch niet erg op. Het is een zootje in de stad, een ijstijd is aangebroken, de beschermende koepel van de stad is deels stuk, er heerst hongersnood, de vorst is dus vermoord en een groep Amazones heeft de magiërs (hoge functionarissen met veel kennis van de magie) achter de tralies gezet. Later blijkt dat er maar één echte Amazone bij was, de rest was gerekruteerd door het volk dat de stad gaat bezetten, dat van Themiscyra. Aanvankelijk zijn veel bewoners daar niet rouwig om. Ze krijgen weer voedsel en de nieuwe machthebbers hebben beloofd te zijner tijd de magiërs weer vrij te laten, degenen die willen meewerken met de nieuwe regering zelfs meteen.
 
Deze machthebbers hebben twee doelen. De allerbelangrijkste: energie onttrekken aan de anima’s van de magiërs en die van het volk (in ruil voor voedsel) om op die manier veel orichalcum te verkrijgen waarmee Themiscyra onverslaanbaar zal worden. Zo kan het land van de Amazones, Arcadië, gemakkelijk veroverd worden en heerst Themiscyra over alle volkeren in het gebied. Verder willen ze een van hun olichargen, Phillon, bombarderen tot nieuwe basileus. Het lijkt het beste dat te doen, adviseert de duistere opperschurk Arkander, via vrije verkiezingen. Maar dan wel ongeveer zoals de bekende dictators van nu dat doen, blijkt: hier en daar wat fraude, het uitschakelen van de reclame van de tegenstander e.d. Tot veler verrassing stelt ook Pyrrha zich kandidaat. We kennen haar uit deel één als een stevig en zeer intelligent type, dat opkomt voor de positie van de vrouw, en dat, voor de gezelligheid van de plot, ook duidelijk een liefdesclick heeft met Lastyanax. Het duurt even in dit tweede deel voordat ze eindelijk echt uit de kast komen. Als Phillon ‘gekozen’ wordt, smeden ze een plan om een eind te maken aan de orichalcumproductie, de bezetting en de gevangenschap van de magiërs. Een deel van de hulp komt uit de tweede laag van de stad, waar de vluchtelingen uit het land Napoca wonen.
 
Arka (titelheldin van beide boeken) intussen is vast van plan de banvloek te breken die tussen de volkeren heerst en weet haar moederland te bereiken. In Arcadië wordt ze met gereserveerde gastvrijheid ontvangen door de oude Amazone Themis, aan wie ze met enige moeite verhalen ontfutselt over haar pleegmoeder, en het echte kind van die moeder dat door Themis is opgevoed: Candrie. Die werd om hem te beschermen als meisje opgevoed (bij de Amazones leven geen jongens en mannen), maar het is een jongen, en wat voor een: de latere, meedogenloze meester van de lemuren, Arkander. Arka en Arkander (let op de namen!) zijn dus broer en pleegzus. Over deze Candrie lezen we in de sterke proloog, als ze/hij 7 jaar is, 28 jaar voor het verhaalheden.
 
Maar dan ontdekken de Amazones dat Arka een magisch voorwerp bij zich draagt, en dat is verboden in Arcadië. Ze wordt verbannen en besluit terug naar de stad te gaan om Lastyanax te zoeken en het azuurkwik dat afgenomen was van de Amazones naar Arcadië te brengen waardoor de Amazones zich kunnen verdedigen tegen de aanvallen van buitenaf.  
 
Het is allemaal bekend werk. De strijd tussen goed en kwaad, culminerend in het slotgevecht tussen superschurk en held(in). De strijd tussen verschillende rijken en de dappere pogingen van de helden om vrede te brengen. Er is ook het fel begeerde spul waarmee menig iconische schurk in fantasy en spionageboeken en -films wereldmacht meent te kunnen verkrijgen. Boek één stond (ook) al vol met de gezellige clichés van het genre, dus ook met complotten, vechten, ontsnappen, en nog eens vechten en ontsnappen. De gevechten zijn merendeels erg onoverzichtelijk. Magie en ouderwets wapengekletter wisselen elkaar af, in vaak enigszins onduidelijke settings. Er is een onwaarschijnlijk aantal gevallen nét niet de sigaar zijn en het toeval speelt een grote rol. Zo staat Arka’s paard precies op het juiste moment zomaar ineens op de goede plek. Onsterfelijken blijken sterfelijk (in elk geval is er één manier om ze dood te krijgen, denk aan Achilles), oude vriendschappen stellen weinig meer voor en familie lijkt voor Arkander als puntje bij paaltje komt niet te tellen. Pyrrha, Lastyanax, en Arka hebben allerdrie een stevig aandeel in de goede afloop, maar wel met de hulp van een ‘verdachte’ Amazone, een magiër, de vader van Lastyanax en enkele Napocanen.  
 
Deze Napocanen, vluchtelingen, afkomstig uit de ook door Themiscyra bezette buurstaat, geven de roman, naast de schijnverkiezingen à la dictator en de aandacht voor de positie van de vrouw, een mooi actueel tintje. Ze worden door veel mensen verguisd: immigranten die uiteraard profiteurs zijn en voor onrust zorgen. Ze krijgen ook nog een paar trekjes die vuilspuiters aan joden toekennen. De helden Lastyanax en Pyrrha lijven ze simpelweg in. Lastyanax omdat hij zelf uit een laag niveau komt en als minister van Nivellering in het eerste boek al zijn best deed iedereen aan bod te laten komen, en Pyrrha door een democratisch systeem voor te stellen waarin het volk evenredig vertegenwoordigd is. Hier zien we de parlementariër Devillepoix (lid van het Europees Parlement) ‘aan het werk’. Een ander, goed uitgewerkt element is de immense zinloosheid van alle oorlogen binnen een regio.
 
Het meisje van het woud heeft niet het niveau van De zoektocht van Arka. Het duurt lang voor er enige rust is ingetreden en de focus bij de helden en hun tegenstanders komt te liggen. Namen en feiten vliegen je om de oren (waarschijnlijk zullen fantasydiehards hiermee wat minder problemen hebben). En de 150 ‘slot’pagina’s zijn wat vermoeiend door het te hoge aantal onwaarschijnlijkheden (vooral qua ontsnappingen) en de te sterke rol van het toeval.
 
Samen vormen beide boeken wel een hecht blok, Het meisje van het woud is naar mijn idee niet bevredigend apart te lezen. Het zou ook zonde zijn de fantastische beschrijvingen van de ingenieus opgebouwde stad uit het eerste deel te missen.
 
Eléonore Devillepoix: Het meisje van het woud, Querido, Amsterdam 2024, 400 p. ISBN 9789045127019. Vertaling van La fille de la forêt door Arthur Wevers. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri