Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2023

Aline Sax: Wat ons nog rest

door Jan Van Coillie

15+ - Vlaanderen heeft een rijke traditie van historische verhalen voor de jeugd. Aline Sax voegt aan die traditie een heel eigen stem toe. Ze debuteerde in 2001 bij Clavis met Mist over het strand, over twee Duitse kindsoldaten in de Tweede Wereldoorlog. Het menselijke drama van de oorlog blijft haar fascineren, getuige daarvan onder meer het indringende Het meisje en de soldaat uit 2013. Het boek viel op door de originele benadering van het oorlogsthema en de beknopte novellevorm. In Wat ons nog rest is die vorm nog veel compacter geworden. De auteur giet haar verhaal in versregels. Niet alleen de vorm is gedurfd, ook het perspectief is dat: ze legt het verhaal in de mond van een zeventienjarig Duits meisje tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. 

Berlijn, april 1945. De Russen staan op het punt om de Duitse hoofdstad binnen te vallen. De zeventienjarige Henrike heeft zich samen met haar moeder, jongere broer en buren verschanst in een schuilkelder. De stad ligt in puin, het eten raakt op en de wanhoop neemt toe. De gevechten komen elke dag dichterbij en de chaos rukt op. Als de Russen hun huis binnendringen wordt ook Henrike slachtoffer van het brute oorlogsgeweld. Ze besluit te vluchten, de waarschuwing indachtig van haar liefje, die deserteerde. Ze gaat eerst op zoek naar haar oudere broer en sluit zich vervolgens aan bij de eindeloze, radeloze stroom vluchtelingen, in de richting van het oprukkende Amerikaanse leger. Voortdurend wordt ze geconfronteerd met de harteloosheid van mensen die zich in het nauw gedreven voelen: ‘Wanneer zijn we zo / afgestompt / geraakt / voor elkanders leed?’ vraagt ze zich af. De toenemende wanhoop verwoordt Aline Sax vaker in prangende vragen. ‘Denk je dat deze hele oorlog / voor niets is geweest?’, vraagt een ondergedoken soldaat zich af. Een vrouw die haar schoondochter en kleinkinderen begraaft, schreeuwt het uit: ‘Wat rest ons nog?’ In uiterste wanhoop stelt Henrike zichzelf de vraag:
 
‘Zou het niet gemakkelijker zijn
om gewoon
niet
te zijn?’
 
Tot hier word je als lezer meegesleurd in een verpletterend verhaal dat over je heen dendert als een kolonne tanks. Maar dan kent de plot even een dip, doordat het toeval een te grote rol toebedeeld krijgt. Henrike redt een meisje uit de klauwen van een Amerikaanse soldaat die haar wil verkrachten. Meteen klikt het tussen die twee en Liesl nodigt Henrike uit om mee te komen naar het hotel van haar ouders in de bergen. Toevallig kunnen ze op een trein springen die in de richting van Liesls dorp rijdt, dat al even toevallig dicht bij het huis van Henrikes oom en tante ligt waar ze als kind met vakantie ging. Zo komt het toch nog goed. Henrikes nicht ontvangt haar met open armen. Samen zullen ze zorgen voor het kind dat Gretl verwacht. Het slot vult de titel aan en rondt daarmee het verhaal krachtig af:  
 
‘Al wat
ons nog rest
is liefde.’
 
De keuze voor een roman in verzen is een waagstuk, maar werkt hier bijzonder krachtig. Aline Sax splitst haar zinnen in versregels van vaak maar een paar woorden. Dat dwingt haar niet alleen om elk woord zorgvuldig te kiezen, maar werkt op de lezer geregeld als mokerslagen die de gruwel van de oorlog als het ware naar binnen rammen. Bovendien prikkelt het vele wit tussen en rond de woorden de verbeelding van de lezers. Zeker in deze tijd, met de oorlog in Oekraïne en in Gaza, krijgen de beelden die Aline Sax oproept een pijnlijk herkenbare invulling. Het begin in de schuilkelder roept meteen zo’n krachtig beeld op:
 
‘We luisteren.
Door het bidden,
het jammeren,
het huilen heen,
luisteren we naar buiten.
Waar de bommen vallen.’
 
Ook de opsomming van wat de mensen op de vlucht meezeulen in kinderwagens, op hun rug, op handkarren en met beide handen beklijft doordat de woorden als het ware op elkaar gestapeld zijn, met als slotregels:
 
Hebben en houden  
bij elkaar geraapt.  
Een leven achtergelaten.
Weggejaagd,  
voortgedreven.’
 
Hoe veelzeggend het wit bij deze verschikking werkt, wordt het duidelijkst in het pijnlijkste fragment in het boek, waarin Henrike door Russische soldaten verkracht wordt. Elke regel telt maar twee woorden. Samen met het vele eromheen drukken ze veel sterker uit wat Henrike doormaakt dan een gedetailleerde beschrijving.
 
Aline Sax kiest niet alleen haar woorden precies, maar ook de plaats waar ze haar zinnen splitst, waardoor de enjambementen de woorden extra kracht geven:
 
Ik slik mijn woorden
en onthutsing
in.’
 
In het volgende voorbeeld versterkt ze het effect van het enjambement nog door de ongewone combinatie in de tweede regel: ‘Haar gevouwen knokkels zijn wit / van vastgeklampte hoop.’ Elders roept ze emoties op met een pakkende vergelijking: ‘De stilte hangt / als een klam laken / over de straat.’  
 
Ook ellipsen en contrasten houden de lezer intens bij de tekst in versregels als ‘uit de gedroomde nachtmerrie/ de echte in’ of ‘Moeder ligt op onze matras. / Haar ogen open, / haar geest gesloten.’  
Aline Sax laat overtuigend zien hoe je met woorden de gruwel van een oorlog bijna tastbaar aanwezig kunt maken in het hoofd van de lezer, precies door de woorden als poëzie zorgvuldig te kiezen en te schikken tot wat ons nog rest in taal.
 
Aline Sax: Wat ons nog rest, Davidsfonds/Infodok, Antwerpen 2023, 239 p. ISBN 9789002278617. Distributie Standaard Uitgeverij


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri