Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2022

Leen van den Berg: Vuurvader

door Jooris van Hulle

In haar breeds uitgewerkte roman Vuurvader reconstrueert historica Leen van de Berg het levensverhaal van Elias Francken, die als weeskind opgevangen werd door een zekere August. Die nam de jongen onder zijn hoede en overtuigde hem mee te gaan naar de kolonie om daar als zijn assistent mee te werken aan de rubberexploitatie die ons land, of alleszins toch de bevoorrechte klasse van rijken en superrijken, welvaart en welstand moest bezorgen. In een soort proloog laat Van den Berg een ik-verteller aan het woord die, nu zijn kleinzoon hem is komen vertellen dat hij naar Afrika zal vertrekken, hem het verhaal wil vertellen van zijn betovergrootvader Elias. Pas aan het slot van de roman treedt de ik weer naar voren:  

‘ik kon het niet langer aanzien en mijn vrouw en ik wilden niet dat onze kinderen zouden opgroeien als jonge mensen die het gevoel hadden beter te zijn dan een zwarte, want hoe ge het ook draait of keert, daar kwam het altijd op neer.’
 
De manier waarop Elias het leven in de kolonie ervaart, hoe hij zich staande moet zien te houden in een omgeving die hem niet steeds even welwillend benadert, vormt de kern van Vuurvader. Hoe de kleine Elias in het weeshuis de venijnige plaagstoten van onder meer ‘de Vlieg’ moet zien te trotseren, hoe hij daar op zeker moment door zijn moeder wordt opgehaald omdat zij zelf ongeneeslijk ziek is en haar zoon wil inschakelen om aan de kost te komen, hoe Elias dan zelf met haar laatste woorden (‘Deense kapitein… vaart op de Congo’) blijft worstelen in de zoektocht naar wie zijn vader zou kunnen zijn: het is de op een aangrijpend-directe manier verwoorde opstap naar het Congo-verhaal.
 
Leen van den Berg grijpt graag terug naar woorden en uitdrukkingen die het leven aan de haven in Antwerpen inkleuren. Ze heeft het over ‘een vent met een smoel om leer op te kloppen’, over het werk ‘in den basseng’, ‘een febel ventje’… De verklarende woordenlijst achteraan in het boek geeft hier voldoende duiding om het verhaal blijvend te kunnen volgen. Met de nadruk die wordt gelegd op de aandrang van Elias om steeds weer te gaan tellen, wordt de aanzet gegeven voor wat een psychologisch portret van de hoofdfiguur zal worden: ‘Hij was gaan tellen om de storm in zijn buik te doen luwen, de storm die hem meezoog naar het diepste zwart. Zolang hij telde was hij er. Zolang hij telde bleef hij de baas en kon niemand hem van zijn sokken blazen.’
 
Met weldoener en beschermheer August komt Elias dan terecht in onze kolonie. De reis zelf daarheen, de niet steeds even rustig verlopende tochten over de rivier, de aankomst in hun post: het blijft boeiend te lezen hoe de jongen zich langzaam weet aan te passen aan het leven in de kolonie en aan de manier waarop wordt omgegaan met de mensen die voor de rubberexploitatie moeten zorgen. Zowat van alle kanten krijgt Elias goede raad aangereikt:
 
‘het gevaar ligt altijd op de loer. En als het geen insect of een beest is, dan zijn het de negers. Ze doen alsof ze zich onderwerpen aan uw gezag en in stilte zinnen ze op wraak. Maar het is een schoon land en het zijn schone mensen, die ge streng maar met respect moet behandelen.’
 
Voor Elias zal gaandeweg zijn verblijf in Congo veel duidelijk worden, ook waar het zijn eigen positie betreft: ‘In zijn hoofd telde hij de schijven rubber die hij morgen zou afleveren en hoeveel dat hem en August zou opleveren aan premies. Hij speelde nu met die arme, zwarte stakkers het spel dat zijn bazen met jongens als hij en Maurice hadden gespeeld. Een ingenieus spel van heren met macht en geld, op zoek naar nog meer macht en geld.’
 
De manier waarop Leen van den Berg een inkijk biedt in de spanningen die voor de mensen in de kolonie persoonlijk en in hun onderlinge relaties komen meespelen, maakt dat de roman meer is geworden dan een beoordeling of veroordeling van de aanpak van de blanken in de kolonie(s). August bijvoorbeeld wil zich hoe dan ook bewijzen tegenover zijn vader en heeft zich ooit, in een eerdere dienstperiode in Congo afgezet tegen zijn meerdere door te weigeren een zwarte arbeider neer te schieten. Het ‘waarom’ van zijn houding wordt kort aangeduid. En voor Elias speelt hier, als in een echo uit Augusts leven, de vriendschap mee met Nbele, zijn ‘boy’, en de twijfel errond: ‘Elias besefte dat Nbele nooit zijn vriend zou zijn. Of hij het wilde of niet, hij bleef de meester; hij behoorde tot de groep van blanke veroveraars die beslisten over leven en dood en die nooit te vertrouwen waren.’
 
Vuurvader brengt in een meeslepend en overtuigend verhaal de sfeer van de beginfase van de kolonisatie in Congo in kaart.  
 
Leen van den Berg: Vuurvader, Manteau, Antwerpen 2022, 303 p. ISBN 9789022339312. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri