Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2022

Jerry Goossens: Ingeborg

door Henk van Viegen

Het zal toch niet! Nóg een keer deze belegen truc van stal halen: een boek schrijven over een schrijver die bezig is aan het schrijven van zijn beste boek ooit. En vooral doende is dat boek niét vlot te trekken, maar zich eindeloos vol te laten lopen. En die schrijver heet dan ook nog eens Jerry Goossens. Veel auteurs hebben dit geintje al gebruikt, het beruchtste voorbeeld is Boudewijn Buch, maar ook Gerard Reve en Herman Brusselmans ‘bezondig(d)en’ zich eraan. Goossens’ vriend Ronald Giphart heeft er enige tijd mee gekoketteerd.
 
Die Jerry Goossens is natuurlijk niet de ‘echte’ Jerry Goossens, maar dat is leuk, want dan vraag je je als lezer natuurlijk af wat er ‘echt gebeurd’ is en wat niet. Alleen hoefde dat al snel niet meer, want in de interviews die Goossens de laatste maanden gegeven heeft, roept hij dat dat uiteraard een metagrapje is. Hij heeft ‘in het echt’ helemaal niet de beschreven problemen met zijn vrouw Daniëlle Serdijn (ook onder haar echte naam, net als hun kinderen) en hij heeft helemaal nooit de per-ongeluk-moord gepleegd in zijn jonge jaren, zoals de Jerry in dit boek.
 
Waarom hij dan toch kiest voor de naam Jerry Goossens? Misschien omdat zijn uitgever nou wel eens een ander boek wil van hem, niet weer zo’n onverkoopbaar, niet-gerecenseerd hersenspinsel als zijn laatste roman Tot bloed op het droge (Lebowski 2017). Hij wil een reality-boek, waarmee je op tv komt. Nou, Goossens zou wel een boek kunnen schrijven over zijn achternicht Ingeborg Lariby, het enige Nederlandse slachtoffer van de destructie van de Twin Towers in New York. ‘Now we’re talking’, zegt de uitgever.
 
Maar die terroristische daad is al wel een tijdje geleden, en dan nu ineens op de beladen status van je omgekomen nicht gaan meeliften? Jerry merkte echter dat de de laatste tijd zo in het nieuws zijnde complotdenkers zelfs met háar verhaal aan de haal gingen. Een gesimuleerde vrouw werd ze in die verhalen, een vicsim. Aan de slag dan maar.
 
Contact met Ingeborgs zus levert niks op, die zit nog helemaal in de gemismodus. Haar ex-man reageert niet op Jerry’s mail(s). Zelf heeft hij vrij weinig materiaal. Ingeborg (42 jaar oud geworden) heeft als 6-jarige Jerry vastgehouden toen hij net geboren was. Ze staat met haar zusje op de foto als hij gedoopt wordt. Hun ouders gingen met elkaar om, hun grootvaders waren broers. Dat is het wel zo’n beetje. Ingeborg ging op een bepaald moment in New York wonen, werkte in de tweede toren en heeft vlak voor haar dood nog wat mailtjes verstuurd. Dat ze okay was, net nadat een vliegtuig toren 1 was binnengevlogen. Haar creditcard is gevonden, maar geen spoortje DNA.
 
In zijn tuinhuisje 20 km. buiten zijn woonplaats Utrecht komt Goossens maar niet verder dan de titel. Het is vooral zuipen geblazen. De tuin verwildert, de brandnetels staan manshoog, je struikelt over de blikjes en de junkvoedseldozen en Daniëlle doet het met een (bekende) vrouw (Goossens speelt leentjebuur bij collega Van der Heydens Stemvorken). Hoogste tijd voor de trouwe vrienden om in te grijpen. Lees het werk van Ronald Giphart en je weet waarover dit gaat: mannenvriendschap tot de dood. Onder anderen Ronald Giphart en Jean-Marc van Tol komen Goossens redden: ze sturen hem naar New York. Alles is betaald, de reis, het appartement. Het blijkt slechts op een verplaatsing uit te draaien. Binnen de kortste tijd is het appartement éen grote stinkende puinzooi, Goossens werkt zich drinkend en zijn koppijnen en hartkloppingen beschrijvend door de dagen en de nachten. Hij doucht niet, poept op de badkamervloer, piest vlak voor het instappen in de bus op z’n hand, van die dingen. Wel blijkt het vertellen over rouwen over je omgekomen nicht een goeie: migratiebeambte en beveiliger worden meteen zachter (beide keren zo beschreven). Alleen de flatbewaarder heeft daar geen last van, want dat is een complotdenker.
 
Ja, hoe zit dat eigenlijk met die complottheorieën, die zouden het verhaal een interessante laag kunnen geven. Ze zitten er zeker mooi in. Aloude en nieuwe verhalen over het jodendom, de manier waarop de nazi’s hun verhaal in de markt zetten. De hoofdtheorie over de Towers, die zegt dat de aanslagen van 9/11 door de Amerikanen zelf zijn geënsceneerd, waarna de restanten zorgvuldig werden opgeruimd, op een afgedekte vuilnisbelt aan de verre rand van de stad. Het onderwerp wordt ook fraai afgerond. Goossens zit dan een nachtje in de cel doordat hij, zwaar dronken, agenten wijs probeert te maken dat hij iemand vermoord heeft. Hij ontmoet daar iemand die vet respect heeft voor schrijvers. Even denkt Goossens onder goed volk te verkeren, maar ook deze man staat strak van de verzinsels. Hij meent ook dat Jerry uitverkoren is omdat hij als schrijver in staat is zijn intergallactische personage te herschrijven! Herlees daarna het tweede motto. Een prachtige tekst over de kracht van verhalen, dat in de context van dit boek een cynische lading krijgt.
 
Een sterke scène, iets afgeleid, maar wel samenhangend met deze kwestie, is verder die waarin een ‘brandweerman’ in een kroeg zogenaamde inside informatie geeft over de reddingsacties in de torens. Het verleidt Jerry er toe zijn familieband met Ingeborg intiemer te maken, waarmee hij ineens meedoet aan het fabuleren dat in onze maatschappij zo populair is; hij wordt er meteen op afgerekend.
 
Helaas raken deze passages ondergesneeuwd door de ronkende aandacht voor de autobiografie van het personage Goossens en de ‘echte’ Goossens. Stoere-mannen- en jongensverhalen uit diens jonge(re) jaren in testosteronproza over punk- en housemuziek, veroveringen, kraken, met als sentimenteel hoofdmoment de dood van jeugdvriend Pinda. En verder door de veel te uitgebreid beschreven ellende in het heden.  
 
Ook qua taal is het halen en brengen. Er zijn passages met zinnen die dansen, vol prachtige beelden, en die waarin je de ongelofelijkste clichés krijgt opgedist. Bijvoorbeeld als het gaat over het vertrekken van een vliegtuig, het dalen van sterkedrank in de slokdarm, gierend hart- en polsgebonk tijdens paniekaanvallen, kloppende hamers in de kop en vieze smaken in de vele katermomenten.
 
Heel veel dichter bij Ingeborg zijn we eigenlijk niet gekomen, vindt ook Goossens aan het eind als hij haar nog maar weer eens aanspreekt in zijn brief. Hij heeft haar vooral erg veel over zichzelf kunnen vertellen en over wat er allemaal veranderd is in de wereld na 9/11, met enige nadruk op de nieuwe media en het verlies van privacy. Het doel was: haar te redden van de complottheorieën, waarin ze als het ware nóg een keer vermoord zou worden, door een ander soort terrorisme. Nou, dat is dan wel zo’n beetje gelukt. En aan het eind is tevens de roman af, dat is dan weer mooi meegenomen. Maar is het ook zijn beste?
 
Jerry Goossens: Ingeborg, Podium, Amsterdam 2022, 351 p. ISBN 9789463811217

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri