Michaël Zeeman was ‘de grootste en
productiefste Nederlandse essayist en cultuurcriticus van zijn generatie. Hij
was dichter en schrijver, journalist en tv-maker’. De flaptekst van deze
biografie laat er geen misverstand over bestaan. Dezelfde hyperbolische
karakterisering wordt in feite ook overgenomen door de auteur van dit
levensverhaal, Willem Otterspeer. Die heeft al eerder zijn sporen verdiend,
onder meer als de biograaf van Willem Frederik Hermans. Ditmaal is zijn
situatie echter nogal verschillend. Hij schrijft dit levensverhaal nadrukkelijk
als intieme vriend van Zeeman. Meteen is hij ook een personage in zijn eigen
relaas, en bij momenten treedt hij als verteller nadrukkelijk op de voorgrond.
Otterspeer
heeft voor deze biografie toegang gekregen tot het omvangrijke archief dat
Michaël Zeeman heeft nagelaten: manuscripten, briefwisseling, aantekeningen en
dagboeken. Die informatie stelt hem in staat om zijn verhaal voortdurend te
stofferen, om de realiteit van bepaalde gebeurtenissen na te gaan en vooral om
te laten zien hoe de werkelijkheid in de ogen van Zeeman verscheen. Tegelijk
echter worden die bronnen, waaruit veelvuldig wordt geciteerd, nergens nader
geïdentificeerd waardoor het (ook in de toekomst) onmogelijk is om de betrouwbaarheid
ervan na te gaan. De biograaf creëert in feite zijn eigen corpus van documenten
om daar vervolgens zijn verhaal mee te construeren. Die terughoudendheid is
weliswaar begrijpelijk in het licht van de vaststelling dat veel protagonisten
nog in leven zijn (en lang niet allemaal voor het voetlicht gebracht wensten te
worden), maar dat neemt niet weg dat een wetenschappelijke verantwoording toch
wel zinvol was geweest.
Willem Otterspeer brengt in ieder geval een boeiend portret
van een uitermate complexe en ook wel omstreden mediafiguur. Zijn kinderjaren
zijn later een bron van romantische verbeelding, maar evenzeer de oorsprong van
ingrijpende trauma’s. Vooral de relatie tot de moeder is excessief en
overschrijdt wat gangbaar is voor een moeder-zoon-verhouding. Later zal Zeeman
in zijn teksten meermaals radicaal afrekenen met die familiale wortels, maar
tegelijk vormen ze ook de vonken waaruit zijn schrijverschap is ontstaan. Al
heel snel beseft Michaël Zeeman dat literatuur zijn ware roeping is: hij werkt
mee in een uitgeverij en gaat in een boekhandel werken. Dat loopt echter op een
fiasco uit wanneer hij beschuldigd wordt van diefstal omdat hij zich in nature
(een gigantische boekenverzameling) laat betalen. Ook zijn studie filosofie is
geen onverdeeld succes. Telkens toont Zeeman zich als bijzonder geïnteresseerd,
maar zijn fanatieke levenswijze valt moeilijk te rijmen met een gemiddeld
bestaan als zakenman of als wetenschappelijk onderzoeker. Hij is een
buitenstaander, en net die rol zal hem bij zijn carrière op het lijf geschreven
staan.
Zijn
grootste faam heeft Zeeman te danken aan zijn mediaoptredens. Als moderator bij
literaire gesprekken, in zijn artikelen en recensies en vooral in zijn
televisieprogramma’s toont hij zich als een gedreven liefhebber van literatuur,
maar ook als een fervent tegenstander van collega’s die hem niet liggen. Vooral
zijn haast persoonlijke vete met Joost Zwagerman en de Maximalen is
geruchtmakend. Als creatief schrijver treedt Zeeman evenwel minder op de
voorgrond, met verhalen en poëzie die duidelijk autobiografisch zijn gekleurd
en vakkundig zijn geschreven volgens de regels van de klassieke literatuur. Al
dat werk krijgt in deze biografie nauwelijks aandacht, aangezien het de
biograaf veel meer te doen is om persoonlijke anekdotes. Al evenmin blijkt
eruit dat Zeeman toonaangevende standpunten weet te verkondigen (en waarom hij
zoveel belangrijker zou zijn als auteur en opiniemaker dan de door hem zo
gehate Zwagerman).
Die eenzijdigheid geldt zeker ook voor het turbulente liefdesleven van
Michaël Zeeman; Otterspeer maakt melding van een groot aantal affaires en
vluchtige relaties. Daaruit spreekt de bindingsangst van Zeeman, maar ook zijn
obsessie om geliefden onophoudelijk te bedriegen met andere minnaressen.
Otterspeer wijst zelf op hun onderlinge verwisselbaarheid, en nogal
vergoelijkend vergelijkt hij de levenswijze van Zeeman met die van de held uit
de picareske literatuur, een schelm die lak heeft aan de burgerlijke conventies
en als sympathieke schurk met vrijwel alles wegkomt. Het doet toch vreemd aan
bij een academicus-biograaf. Dit bij momenten boeiende boek brengt dus zeker
niet het laatste woord over een intrigerende figuur, door de selectieve bronnen
en door het toch wel sterke empathische perspectief.
Willem Otterspeer: In alles ben
ik groot. Leven en lezen van Michaël Zeeman, Prometheus, Amsterdam 2025, 352 p.
ISBN 9789044659481. Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan