Letterkunde

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2025

Willem Otterspeer: In alles ben ik groot. Leven en lezen van Michaël Zeeman

door Dirk De Geest

Michaël Zeeman was ‘de grootste en productiefste Nederlandse essayist en cultuurcriticus van zijn generatie. Hij was dichter en schrijver, journalist en tv-maker’. De flaptekst van deze biografie laat er geen misverstand over bestaan. Dezelfde hyperbolische karakterisering wordt in feite ook overgenomen door de auteur van dit levensverhaal, Willem Otterspeer. Die heeft al eerder zijn sporen verdiend, onder meer als de biograaf van Willem Frederik Hermans. Ditmaal is zijn situatie echter nogal verschillend. Hij schrijft dit levensverhaal nadrukkelijk als intieme vriend van Zeeman. Meteen is hij ook een personage in zijn eigen relaas, en bij momenten treedt hij als verteller nadrukkelijk op de voorgrond.
 
Otterspeer heeft voor deze biografie toegang gekregen tot het omvangrijke archief dat Michaël Zeeman heeft nagelaten: manuscripten, briefwisseling, aantekeningen en dagboeken. Die informatie stelt hem in staat om zijn verhaal voortdurend te stofferen, om de realiteit van bepaalde gebeurtenissen na te gaan en vooral om te laten zien hoe de werkelijkheid in de ogen van Zeeman verscheen. Tegelijk echter worden die bronnen, waaruit veelvuldig wordt geciteerd, nergens nader geïdentificeerd waardoor het (ook in de toekomst) onmogelijk is om de betrouwbaarheid ervan na te gaan. De biograaf creëert in feite zijn eigen corpus van documenten om daar vervolgens zijn verhaal mee te construeren. Die terughoudendheid is weliswaar begrijpelijk in het licht van de vaststelling dat veel protagonisten nog in leven zijn (en lang niet allemaal voor het voetlicht gebracht wensten te worden), maar dat neemt niet weg dat een wetenschappelijke verantwoording toch wel zinvol was geweest.
 
Willem Otterspeer brengt in ieder geval een boeiend portret van een uitermate complexe en ook wel omstreden mediafiguur. Zijn kinderjaren zijn later een bron van romantische verbeelding, maar evenzeer de oorsprong van ingrijpende trauma’s. Vooral de relatie tot de moeder is excessief en overschrijdt wat gangbaar is voor een moeder-zoon-verhouding. Later zal Zeeman in zijn teksten meermaals radicaal afrekenen met die familiale wortels, maar tegelijk vormen ze ook de vonken waaruit zijn schrijverschap is ontstaan. Al heel snel beseft Michaël Zeeman dat literatuur zijn ware roeping is: hij werkt mee in een uitgeverij en gaat in een boekhandel werken. Dat loopt echter op een fiasco uit wanneer hij beschuldigd wordt van diefstal omdat hij zich in nature (een gigantische boekenverzameling) laat betalen. Ook zijn studie filosofie is geen onverdeeld succes. Telkens toont Zeeman zich als bijzonder geïnteresseerd, maar zijn fanatieke levenswijze valt moeilijk te rijmen met een gemiddeld bestaan als zakenman of als wetenschappelijk onderzoeker. Hij is een buitenstaander, en net die rol zal hem bij zijn carrière op het lijf geschreven staan.
 
Zijn grootste faam heeft Zeeman te danken aan zijn mediaoptredens. Als moderator bij literaire gesprekken, in zijn artikelen en recensies en vooral in zijn televisieprogramma’s toont hij zich als een gedreven liefhebber van literatuur, maar ook als een fervent tegenstander van collega’s die hem niet liggen. Vooral zijn haast persoonlijke vete met Joost Zwagerman en de Maximalen is geruchtmakend. Als creatief schrijver treedt Zeeman evenwel minder op de voorgrond, met verhalen en poëzie die duidelijk autobiografisch zijn gekleurd en vakkundig zijn geschreven volgens de regels van de klassieke literatuur. Al dat werk krijgt in deze biografie nauwelijks aandacht, aangezien het de biograaf veel meer te doen is om persoonlijke anekdotes. Al evenmin blijkt eruit dat Zeeman toonaangevende standpunten weet te verkondigen (en waarom hij zoveel belangrijker zou zijn als auteur en opiniemaker dan de door hem zo gehate Zwagerman).
 
Die eenzijdigheid geldt zeker ook voor het turbulente liefdesleven van Michaël Zeeman; Otterspeer maakt melding van een groot aantal affaires en vluchtige relaties. Daaruit spreekt de bindingsangst van Zeeman, maar ook zijn obsessie om geliefden onophoudelijk te bedriegen met andere minnaressen. Otterspeer wijst zelf op hun onderlinge verwisselbaarheid, en nogal vergoelijkend vergelijkt hij de levenswijze van Zeeman met die van de held uit de picareske literatuur, een schelm die lak heeft aan de burgerlijke conventies en als sympathieke schurk met vrijwel alles wegkomt. Het doet toch vreemd aan bij een academicus-biograaf. Dit bij momenten boeiende boek brengt dus zeker niet het laatste woord over een intrigerende figuur, door de selectieve bronnen en door het toch wel sterke empathische perspectief.
 
Willem Otterspeer: In alles ben ik groot. Leven en lezen van Michaël Zeeman, Prometheus, Amsterdam 2025, 352 p. ISBN 9789044659481. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri