‘Ze
hebben mijn ogen uitgestoken. Nog geen vierentwintig uur nadat zij koningin is
geworden.’ Aan het woord in deze openingszinnen van Gezien is Isabelle
Blanchet, die twintig jaar nadat de Oostenrijkse Marie-Antoinette koningin van
Frankrijk is geworden, terugdenkt aan wat haar leven bepaald heeft. Centrale
gebeurtenis hierin is het feit dat zij ooit Marie-Antoinette als kroonprinses
naakt heeft gezien toen die op de brug over de grensrivier van kleren diende te
wisselen, of: van Oostenrijkse tot Franse werd. Met bijzonder veel empathie
belicht Henk Groenewegen in zijn novelle de manier waarop de kleine mens leeft
en werkt en wroet in de schaduw van de ‘grote’ geschiedenis.
Het zijn de mensen die in de
marge leven en aan wier levensgeschiedenis doorgaans achteloos wordt
voorbijgegaan. Binnen de korte hoofdstukken waaruit de novelle is opgebouwd,
worden afwisselend de dramatis personae opgevoerd. Groenewegen houdt de ontwikkelingslijn
van zijn verhaal goed in de hand, in die zin dat de afzonderlijke lotgevallen
van de betrokkenen gaandeweg in elkaar vervlochten raken. Wie daarbij aan bod
komt: Isabelle uiteraard, en verder de keukenhulp Mathilde, Isabelle’ s moeder
Adelaïde, de ‘kleine’ soldaat Jean die net voor bij Isabelle de ogen werden uitgestoken,
haar mocht ontmaagden, en zelfs Knol, het paard dat voor de wagen wordt
gespannen waarop Isabelle, haar vertrouweling Boris en Jean rond worden
gereden.
Een
van de hoogtepunten in het verhaal is de terechtstelling op de Place de la Révolution
(de huidige Place de la Concorde) van Marie-Antoinette. Dan is het dat Isabelle
‘ziet’ en weet wat achter het feestgedruis schuilgaat: ‘Er ligt een bed van
angst onder hun uitgelatenheid.’ Als Groenewegen het dan toch eens heeft over
de hogere klasse, meer specifiek het koningshuis, dan ligt het niet zozeer in
zijn bedoeling de pracht en de praal te beschrijven, maar weer – en hier ligt
toch een bepaalde parallel met het leven van Isabelle en de anderen – de
eenzaamheid en de ermee gepaard gaande ontoereikendheid van het voor hen
voorbestemde leven op te roepen. Zo bijvoorbeeld over de kleine Louis, de
latere koning, ‘het ongeziene kind’ (en zo wordt in tegenlicht het ‘geziene’
uit de titel in reliëf geplaatst), die ‘rare jongen’ die bij stervende dieren
gaat neerknielen ‘om in de brekende ogen te kunnen kijken, om de laatste zucht
over zijn wang te voelen strijken.’
Gezien is een fijne tekst
die uitnodigt tot een herhaalde lectuur. Dan pas plooit het geheel zich open in
zijn volle betekenis en schoonheid van de taal.
Henk Groenewegen: Gezien, Van
Oorschot, Amsterdam 2025, 106 p. ISBN 9789028252059. Distributie New Book
Collective
deze pagina printen of opslaan