Zowat elke Italiaan spreekt slecht
over zijn familie, maar die familie verlaten is in Italië een heus taboe. Zo
stelde de auteur Andrea Bajani (1976, Rome) tijdens een van de vele interviews
die hij gaf naar aanleiding van het enigszins onverwachte succes van Het
jubileum, zijn korte roman die begin dit jaar verscheen in zijn vaderland –
Bajani woont afwisselend in Rome, Turijn en Houston. In Italië schopte Het
jubileum het tot meest verkochte boek (tot nu toe) en kaapte het zowel de
prestigieuze Premio Strega als de Premio Strega Giovani 2025 weg. Bajani was
zelf verrast dat de roman zoveel Italiaanse jongeren bereikte.
Laat Het jubileum
nu net gaan over een zoon die heel bewust afstand van zijn familie en zo zijn
vader, moeder én zus in de steek laat uit zelfbehoud. Die beslissing luidt de
beste tien jaren van zijn leven in. Retrospectief fileert de ondertussen 40-jarige
zoon, en ik-verteller, niet alleen de problematische gezinssituatie waarbinnen
hij opgroeide, maar ook de wijze waarop hij de banden verbrak.
‘Er zijn tien jaar
verstreken sinds die dag in december. Ik schrijf er nu over, een maand na dat
vreemd jubileum, de herdenking van, behalve het uiteenvallen van een hele gezin
– wat niet echt iets is om te vieren –, een bevrijding.’
In de vertelling maakt de
ik-verteller duidelijk hoe zijn vader zijn onzekerheid en
minderwaardigheidscomplex – zijn moeder vond hem maar een tweederangszoon die
nooit echt carrière kon maken – verborg achter een autoritaire, patriarchale en
gewelddadige houding. De ik-vertellers moeder was een beloftevolle studente,
maar cijferde zich al snel weg voor haar man en kinderen. Zijn zus rebelleerde op
jonge leeftijd tegen de dreiging van huiselijk geweld, terwijl de ik-verteller dat
geweld leek te ondergaan.
Halverwege Het jubileum vat de ik-verteller de
gezinssituatie als volgt samen:
‘Het feit dat mijn moeder
niet bang was voor mijn vader was in feite het grootste misverstand van hun
relatie, of – nogmaals – het onnoembare geheim. En misschien ook wel de
grootste rampspoed waar ons hele gezin in werd gestort. Mijn vader had zijn
machtuitoefening namelijk gebaseerd op intimidatie, dat wil zeggen op het
dreigen met gewelddadige scènes die zich zouden voordoen als wij niet zouden
handelen conform zijn wensen. En aangezien die machtuitoefening van hem het
geval was van een even zware als niet- gediagnosticeerde stoornis, en dus
luisterde naar een grillige logica di was gestoeld op patriarchale traditie
maar met een veelvoud aan gevolgen, was het gevoel van dreiging de constante
factor in ons dagelijks leven. […]
Dat was precies waar het
misverstand ontstond. In een onpeilbare kortsluiting, veroorzaakt in de labyrinten
van de psyche, eiste mijn vader liefde door middel van geweld. In het uiterste
geval was hij bereid zijn vuisten te gebruiken, zijn gezinsleden pijn te doen,
spullen kapot te maken, zelfs om een gevangenisstraf te riskeren, als hij in
ruil daarvoor maar liefde ontving. Wanneer elk middel had gefaald was geweld
voor hem het middel om zich tot een andere blijk van genegenheid te
verschaffen, al was die dan onoprecht. Daarom liet hij zich vrezen, haten,
verafschuwen, als onmiddellijke reactie op zijn vraag, of eis, om liefde.
Wat mijn
moeder betreft, dat zij niet bang voor hem was verzekerde haar van een vrije
zone voor onverstoorbaar ongelukkig zijn. Daarom was mijn moeder sterker dan
mijn vader, zoals ik al zei, en won ze in feite de wedstrijd van hem.
Tegelijkertijd verloor ze de wedstrijd met het leven. Mijn vader verpulverde alle
mogelijke contacten, met familie en anderen. Hij transformeerde het leven van
zijn vrouw toe een woestenij zonder enig leven aan de horizon. Alleen was zij
nou net de enige die in zo’n woestenij kon wonen, de enige die zo volledig, zo
definitief, afstand had gedaan van alles.’
Terwijl de vaderfiguur het gezinsleven
overheerste, is het net de moederfiguur die in Het jubileum de meeste
aandacht krijgt. Met zijn vertelling, die de ik-verteller openlijk een roman
noemt, maakt hij zijn moeder zichtbaar. Ze treedt even uit haar “schaduwgebied
[…], gepositioneerd in haar ruimte van absolute renunciatie en […] mijn dode
hoek” (110). De roman opent ook niet toevallig met de beschrijving van hoe de
ik-verteller haar voor het laatst zag toen ze hem naar de voordeur begeleidde en
eindigt met hoe zij doorleeft in de ogen van zijn zoon. Die beschrijvingen zijn
confronterend voor de lezer, maar brengen de ik-verteller niet van zijn stuk.
Hij heeft vrede met zijn beslissing.
Het jubileum lijkt op
het eerste gezicht een autobiografische roman, maar het is eerder autofictie
waarin de auteur biografische elementen vermengde met fragmenten uit de
familieverhalen die zijn studenten creative writing aan de Rice University in
Houston aandroegen. Met die autofictie brengt Bajani dus niet zijn eigen verhaal,
maar vele verhalen. Zo wil hij de lezer aanzetten tot het schrijven van en het
reflecteren over familieverhalen, wat meteen de filosofische toon van de roman
verklaart. In vele interviews beklemtoonde hij dat hij de eerste draft van Het
jubileum schreef in 20 dagen, waarna hij de tekst gedurende jaren
herwerkte. Manon Smits kreeg niet zoveel tijd voor de vertaling ervan, maar
haar werk getuigt van een grote deskundigheid.
Andrea Bajani: Het jubileum, Van
Oorschot, Amsterdam 2025, 125 p. ISBN 9789028252066. Vertaling van L'anniversario
: un romanzo door Manon Smits. Distributie New Book Collective
deze pagina printen of opslaan