Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.): Plassen op schrikdraad

door Jan Van Coillie

9+ - Tweevoudig Gouden Griffelwinnaar Simon van der Geest schreef dit jaar het gedicht voor de Nederlandse Kinderboekenweek met als thema ‘avontuur’. Hij gaf het de titel ‘Verdwalen’. Dat avontuurlijke verdwalen speelt ook een belangrijke rol in zijn dichtbundel Plassen op schrikdraad.
 
Het avontuur en de bijzondere ervaring van het ontdekken, staan meteen centraal in het openingsgedicht met de fascinerende titel Qwxzjbrrr.  Het opent met de regels: ‘Vandaag nam ik een andere route/ Ik had zin om eens goed te verdwalen’. Het kind wordt in een raket gezet en niet veel later gooit hij sneeuwballen met de Qwxzjbrrrianen. Terug thuis wordt hij geconfronteerd met een bleke, uitgebluste papa, aan wie hij de vraag stelt die aan veel volwassenen gesteld zou mogen worden: ‘Zeg pap, verdwaal jij wel genoeg?’ Een dergelijke slotregel geeft een draai aan het gedicht die de lezer aan het denken zet.
 
In ruim de helft van de twintig gedichten is het avontuur een belangrijk motief. ‘Echte ontdekkers’ bijvoorbeeld gaat over de aantrekkingskracht van het ontdekken van onbekend gebied. De ik en zijn vriend verkennen voor het eerst een verwilderd stuk bos achter een hek. De ‘ontdekking’ op het eind zorgt voor een ontnuchterende, maar voor de lezer grappige noot. In ‘Mijn vel’ nodigt de ik de lezer uit om goed te kijken naar de tattoos die avonturen op zijn vel achterlieten:
 
‘Mijn hele vel
is het verslag  
van een woeste zomerdag
Kijk maar eens goed:  
Avontuur is me op het lijf geschreven’
 
Vaak gaat het zoeken naar avontuur gepaard met gevoelens zoals lef, durf, aarzelen en twijfelen. In ‘Leeuwenmoed’ verwoordt de dichter kernachtig en tegelijk speels wat de ik ervaart als hij met zijn zus aanbelt bij een boze buurman, bij wie hij een ruit brak:
 
‘Soms moet je dingen doen  
die vragen leeuwenmoed
 
Had ik hier in mijn eentje gestaan  
was ik er zeker weten allang  
als een haas vandoor gegaan
 
Maar gek is dat:  
twee angsthazen  
maken samen  
toch een piepklein leeuwtje.’
 
In ‘De hoge’ wordt de ik gevraagd of hij van de hoge springplank in het water durft te duiken. In ‘Ik ga naar Mars’ mengt hij heel herkenbaar het verlangen om even weg van huis te gaan met de twijfels over het afscheid nemen en het gemis. In ‘Achterblijven’ wordt de ik uitgedaagd door zijn vriend en kleine broertje om een sloot over te steken over een gevallen boomstam: ‘Mijn kleine boertje hè, dus toen / kon ik moeilijk / moeilijk gaan doen.’

De uitdaging van het avontuur verbindt Simon van der Geest ook vaak met (het oversteken van) de dunne grens tussen fantasie en realiteit. De ik twijfelt aan de fantastische verhalen van zijn oom die hem een wandelende tak gaf. Hij moet die tak heel goed in de gaten houden, want ‘avontuur zit in zijn bloed: / zijn vader was de wandelstok van een ontdekkingsreiziger’ (‘Reizende tak’). Op een keer ziet de ik een zeemeermin in zee: ‘Jij denkt: yeah, right… moet ik dat geloven? / Geloof wat je wil / Waar of niet waar? / Dat is iets tussen mij / en haar.’ (‘Ik heb een zeemeermin gezien’).
 
Simon van der Geest schrijft ‘parlando-poëzie’, een dichtvorm die alledaagse spreektaal nabootst door middel van een losse, natuurlijke praattoon en een anekdotische vertelstijl. Hij schikt zijn zinnen in versregels, zonder rijmschema of metrum, maar af en toe wel met rijm als bindmiddel. Die vorm maakt de teksten vlot leesbaar en herkenbaar (ook door het sporadisch gebruik van jongerentaal) maar houdt ook risico’s in. Soms is de grens met een verhalende tekst zonder poëtische meerwaarde wel erg dun, zoals in volgend fragment uit ‘Klokhuis’:
 
‘Toen heb ik gegoogeld op ‘appelboom kweken’
Daar stond ‘De grond moet kalkhoudend zijn’
(tandpasta gebruikt)
en ‘Geef elk jaar een ruime hoeveelheid compost’
(een theezakje en wat koffieprut-
toen zat mijn oor wel aardig vol.’
 
Dat ‘oor’ op het eind geeft het fragment wel een verrassende draai, maar die maakt voor mij van dit stukje proza nog geen poëzie. En zo lees je wel meer fragmenten in de bundel.
 
Anderzijds spreekt de bundel aan door de originele onderwerpen en de verrassende manier waarop ‘gewone’ onderwerpen benaderd worden. Die originaliteit blijkt al uit titels als ‘Plassen op schrikdraad’ of ‘Vandaag heb ik een schaap geschoren’. Origineel is ook de benadering in ‘Laatste rit’, waarin de dichter heel herkenbaar de gemengde gevoelens verwoordt bij het krijgen van een nieuwe fiets en het geen afscheid kunnen nemen van de oude, met als slot: ‘Ik geef je een mooi plekje / achter in de schuur / en aai je stuur een laatste keer / Dag fiets van mij, / roest zacht.’
 
Bovenstaand citaat laat ook zien hoe de dichter een poëtische meerwaarde kan creëren door compacte taal, klankherhaling en woordspel. Dat doet hij bij momenten ook in ‘Eentje nog’, een origineel gedicht over de impact van gsm’s. Het begint met ‘Tim heeft een telefoon gekregen. Ik heb er nog geen een / Opeens betekent buitenspelen bankjezitten’ en eindigt met: ‘Over een jaartje / heb ik er ook een / dan zombie ik met hem mee’. Ook ‘Horizin’ in gebaseerd op woordspel (een kofferwoord met horizon en zin). Het biedt een pakkende inkijk in de gedachten van een kind dat moeite heeft met lezen.
 
Ook al had ook ‘Horizin’ wat mij betreft aan poëtische kracht kunnen winnen door een compactere verwoording, toch boeit het, precies omdat er zoveel gevoelens onder de regels zinderen, zonder dat ze geëxpliciteerd worden. Vooral in dat suggereren van onuitgesproken gevoelens onder en tussen de regels steekt de grootste kracht van deze dichter. In ‘De hoge’ bereikt hij dit met een opsomming van ellipsen:
 
‘Ik moet dit doen  
zodat jij weet  
dat ik best cool  
en jij niet denkt  
dat ik misschien  
en jij vergeet  
dat toen we hadden aangebeld  
dat ik doen keihard weggerend ‘
 
Van der Geest werkte eerder al samen met illustratrice Karst-Janneke Rogaar. Je voelt dat ze elkaar goed aanvoelen. Rogaar slaagt er prima in om in haar composities het avontuurlijke in de verf te zetten, bijvoorbeeld in de prent bij ‘Reizende tak’, waarop een kind vanop een tak in de verte tuurt. Maar even goed weet ze gevoelens van aarzelen, twijfelen of uitdagen weer te geven, zoals in de houding en de gezichten van de twee kinderen op de springplank bij ‘De hoge’.
 
Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar: Plassen op schrikdraad, Querido, Amsterdam 2025, 48 p. : ill. ISBN 9789045131719. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri